Wat moet er gebeuren met jongeren die amok maken? Hen massaal opsluiten, is alvast niet dé oplossing, vindt Patrick Dewael . 'Ik wil niet meeheulen met het recente discours over bootcamps en heropvoedingskampen.'
Naar aanleiding van de rellen in Anderlecht en de onaanvaardbare menselijke en materiële schade die hierdoor werd aangericht, is opnieuw de vraag gerezen hoe de amokmakers op de meest effectieve manier kunnen bestraft worden. We kunnen dergelijke opgezette confrontaties niet tolereren, van om het even wie ze pleegt. Een lik-op-stuk-beleid is zonder meer gepast. Zij die dit aanrichten, moeten een duidelijk signaal krijgen dat hun gedrag niet in de samenleving thuishoort. We moeten ervoor zorgen dat er daadwerkelijk gestraft wordt. Ik heb dit afgelopen zondag in De Zevende Dag dan ook in klare taal laten weten. Daarom was ik enigszins verbaasd over de stelling van Steven Samyn in zijn opinie maandag in De Standaard. Daarin stelde hij dat de politiek helemaal niet wakker ligt van de rellen in Anderlecht. Dat de politici integendeel wel moord en brand hadden geroepen indien dergelijke rellen zich zouden voorgedaan hebben in bijvoorbeeld Tongeren. De rellen in Anderlecht hebben mij, als minister van Binnenlandse Zaken, wel degelijk van meet af aan beroerd. Mochten ze elders in ons land gebeuren, zouden ze mij in dezelfde mate beroeren. Samen met de minister van Justitie werd met zowel de politie als de gemeentelijke overheid dan ook onmiddellijk tot de actie overgegaan. Voor mij is en zal de situatie een prioriteit blijven. Ik begrijp de bezorgdheid van inwoners van Anderlecht die met dergelijke feiten in hun buurt geconfronteerd worden. Maar hoe erg die ook zijn, ook onveilige situaties, als gevolg van een slecht aangelegde rotonde in een dorp, kunnen voor de nodige ergernis zorgen. In het veiligheidsdebat moeten we op onze hoede zijn voor veralgemening. Elke vorm van onveiligheid vraagt zijn gepaste aanpak en aandacht. Even ten gronde over de problematiek. Het is tien jaar geleden dat het bekende Octopusakkoord (24 mei 1998) tot stand kwam. Eén van de belangrijke uitgangspunten van het akkoord was een hervorming waardoor zowel politie als gerecht in de gehele veiligheidsketen optimaal hun taken zou kunnen vervullen. Ik hoorde de voorbije jaren vaak de opmerking dat de politiehervorming geslaagd is, maar dat justitie niet volgt. In die omstandigheden kan de veiligheidsketen inderdaad niet behoorlijk functioneren. De keten is maar zo sterk als de zwakste schakel. Zwakkere schakels moeten we versterken. De taken van de politie, het opsporen, het vervolgen, het in korte tijd bestraffen, straffen uitspreken en straffen uitvoeren, het is één grote ketting die stevig in elkaar moet zitten. Aan het einde van die ketting sputtert de motor nogal eens. Door het verbeterde werk van de politie komt er meer criminaliteit aan het licht. Maar dat werk moet voortgezet worden in het vervolgingsbeleid en in de strafuitvoering. Een goede samenwerking tussen politie en parket is in deze materie cruciaal. Het uitdenken van alternatieven door de parketten en de rechters om een lik-op-stuk-beleid te voeren voor jonge criminelen kan hiervan het resultaat zijn. Ook de strafuitvoering moet naadloos bij het gevoerde beleid aansluiten. Het heeft geen zin dat politiediensten en parketten grote inspanningen leveren zolang de strafuitvoering niet naar behoren functioneert en het werk van politie en parket niet gevaloriseerd wordt. In de marge van de rellen in Anderlecht hoorden we vaak de populistische kritiek dat de jongeren niet werden vastgehouden omdat er toch geen plaats is in de gevangenissen. Het massaal opsluiten zou anders dé oplossing zijn. Wel, ik wil niet meeheulen met het recente discours over bootcamps en heropvoedingskampen, alsof die ons dé oplossing zouden aanreiken. Dat is wat goedkoop en kort door de bocht. Want de essentiële pijlers van de harde aanpak zijn in vrijwel alle gevallen dezelfde: de ultieme vernedering van alle nieuwkomers, een strakke hiërarchie, een extreme groepsdruk en een onderverdeling in klassen of rangen die de gedepersonaliseerde delinquenten om beurten dubieuze voordelen geven of hen weer ten gronde richten. Concrete resultaten, in de zin van een duurzame gedragsverbetering, hebben bootcamps nooit opgeleverd. Niet alleen lenen deze kampen zich 'als vanzelf' tot ontelbare misbruiken, maar ze wijzen evenmin op een daling van de jongerencriminaliteit noch op een daling van het percentage recidiven. Van populisten had ik niets anders verwacht, maar ik was bijzonder verbaasd over het pleidooi van SP.A-fractieleider Peter Vanvelthoven voor dergelijke 'heropvoedingskampen'. Een hoogst ongelukkige woordkeuze. Er is wel degelijk een weg tussen straffeloosheid en opsluiten. Voor onverbeterlijke criminelen die een gevaar vormen voor de samenlevingen is een gevangenisstraf uiteraard noodzakelijk. Voor de anderen bestaan er wel degelijk alternatieven. Bijvoorbeeld het huisarrest dat ook effectief door de politie kan gecontroleerd worden. Rondhangende jongeren zullen twee keer nadenken alvorens de vernedering te ondergaan 's avonds thuis te moeten blijven. Een andere mogelijkheid tot bestraffing is de werkstraf. Men zou diegenen die vernielingen hebben aangericht ook kunnen verplichten om met de gemeentelijke diensten de schade te herstellen. Dit responsabiliseren, het confronteren met de gevolgen van de eigen daden, doet hen hopelijk nadenken. Een derde mogelijkheid is het betalen van een schadevergoeding. En dan komen ook de ouders van de jongeren in het vizier. Voor de minderjarigen zijn de ouders verantwoordelijk voor de aangerichte schade. Andere vormen van bestraffing zijn het opleggen van boetes, via een minnelijke schikking en bemiddeling door confrontatie met de slachtoffers. Het massaal opsluiten van jongeren, is dus geen goed idee. We hebben de huidige jeugdinstellingen waar jongeren gepast begeleid worden. Maar ook die opvang kan zowel kwalitatief als kwantitatief veel beter. Ook hier geldt opnieuw: opsluiting is voor zware geweldcriminelen vaak de enige manier om de maatschappij te beschermen. Vandaar ook de federale initiatieven tot uitbreiding van de bestaande capaciteit in de federale jeugddetentiecentra. Maar voor vele andere jonge delinquenten zijn alternatieven mogelijk. Cruciaal is dat we kort op de bal spelen, dat we de jongeren doen voelen dat de samenleving niet tolereert dat normen overschreden worden. Voor jonge delinquenten moet een billijke en effectieve straf voorzien worden, maar ook geen remedie die erger is dan de kwaal. Ze moeten een gepaste en effectieve straf krijgen, zodat ze inzien dat wat ze hebben aangericht onaanvaardbaar is.