De noodzakelijke hervorming van justitie blijft helaas nog steeds uit. In De Standaard (van 4 maart) stelde volksvertegenwoordiger en oud-minister Justitie Tony Van Parijs terecht dat we niet langer mogen wachten, dat partijpolitieke spelletjes eindelijk achterwege moeten blijven, dat er niet langer stokken in de wielen gestoken mogen worden, en dat minister Stefaan De Clerck onmiddellijk moet werk maken van een meer klantvriendelijke en efficiënte justitie, zonder te wachten op de uitkomst van het lopende debat hierover in het parlement.
Nochtans begon dat debat hoopgevend in het zogenaamde Atomiumoverleg of Octopus Bis. Het Octopusakkoord was het politiek akkoord dat in 1998 gesloten werd over de hervorming van politie en waaraan toen acht politieke partijen in ons land, zowel van meerderheid als oppositie constructief meewerkten. Die hervorming was succesvol in die zin dat we erin geslaagd zijn om de gemeentelijke politie, de rijkswacht en de toenmalige gerechtelijke politie samen te voegen in één enkele geïntegreerde politiedienst met een structuur op twee niveau’s; de lokale politie en de federale politie. Vandaag werkt dit systeem goed en men merkt dit ook aan het groeiende vertrouwen dat de bevolking toont ten opzichte van onze politie.
Ook op het vlak van justitie werden toen enkele hervormingen doorgevoerd. Topmagistraten worden niet langer voor het leven benoemd, maar slechts voor zeven jaar. Er kwam een federaal parket voor de grote misdaaddossiers geleid door een federale magistraat, en op 1 maart 1999 werd de Hoge Raad voor de Justitie opgericht. Desondanks zijn er nog steeds heel wat lacunes die nefast zijn voor de werking en het imago van justitie. De onthullingen met betrekking tot mogelijke malversaties door enkele magistraten, waarover momenteel een onderzoek lopende is, hebben het vertrouwen van de burgers in justitie opnieuw aangetast. Daar moeten we dringend aan verhelpen. Justitie is één van de belangrijkste, zoniet dé belangrijkste pijler van onze democratische rechtstaat. Samen met de wetgevende en de uitvoerende macht vormt ze mee de trias politica van ons land. De onafhankelijkheid, de onkreukbaarheid en de efficiëntie van ons gerechtelijk apparaat zijn cruciaal. We kunnen en mogen ons niet veroorloven dat er op dit vlak zaken gebeuren die niet door de beugel kunnen.
De minister zette een eerste stap in die richting met zijn nota ‘Naar een nieuwe architectuur voor Justitie’. Deze titel beschrijft ondubbelzinnig dat het niet de bedoeling is om slechts een paar opsmukmaatregelen te nemen. Er zijn nu dringend diepgaande en structurele maatregelen nodig. Een cruciaal punt daarin is en blijft de onafhankelijkheid van het gerecht, maar dat staat niet gelijk met onaantastbaarheid. De rechterlijke macht moet aanvaarden dat een vorm van externe controle op haar werking noodzakelijk is. Niet alleen voor de kwaliteit van het justitiële werk, maar ook om het vertrouwen van de burgers in justitie te herstellen en te bestendigen. Daarnaast is er dringend behoefte aan een hertekening van de gerechtelijke arrondissementen en een eenheidsrechtbank die een einde maakt aan de versnippering van magistraten en middelen over tientallen rechtscolleges. Verder zijn er tal van ingrepen nodig van onderuit, ingrepen die we zo snel mogelijk zouden moeten kunnen ondersteunen en aanmoedigen. Met die parketten en justitiehuizen, die bereid zijn om mee te werken aan een betere dienstverlening en efficiëntie, zou Justitie op korte termijn beheersovereenkomsten kunnen afsluiten. Maar dat alles gebeurt best binnen een globale visie die er, net zoals vroeger bij onze politiediensten, voor zorgt dat een en ander zichtbaar beter draait. Per slot van rekening verwachten onze burgers niet meer of niet minder van justitie dan dat ze werkt, dat daders binnen een redelijke termijn berecht worden en dat misdaden bestraft worden.
Ik heb tot mijn spijt moeten vaststellen dat een van de oppositiepartijen uit het overleg is gestapt. Daarnaast heb ik de indruk dat er ook heel wat dwarsliggers zijn binnen de meerderheidspartijen en ook binnen Justitie zelf. Blijkbaar begrijpen de ‘oude machtsbastions’ nog steeds niet dat we leven in de 21ste eeuw en dat ons justitieel apparaat daaraan moet worden aangepast. Het lijkt er dan ook op dat het Atomiumoverleg niet zal leiden tot de grote, diepgaande en noodzakelijke veranderingen. Het siert de minister van Justitie dat hij geprobeerd heeft om binnen het parlement tot een akkoord te komen met alle partijen, maar ik denk dat het nu beter is dat hij nog voor het paasverlof met een eigen globaal voorstel komt dat gedragen wordt door de volledige regering, en dat op basis van de uitgangspunten die in oktober 2009 voorlagen.
Alle standpunten en bemerkingen liggen op tafel, en de problemen zijn voldoende bekend om nu eindelijk knopen door te hakken. De burger die zich onveilig voelt, het slachtoffer dat geen gerechtigheid ziet geschieden, de politieman die kwaad is dat zijn efficiënt speurwerk geen even efficiënt gerechtelijk vervolg krijgt… Allemaal vragen ze een sterk signaal dat hun diepgeraakte vertrouwen in justitie opnieuw kan herstellen. Het is aan de politiek om zo een signaal te geven. Nu de handdoek in de ring gooien is geen optie. Ik vraag de regering daarom snel het initiatief te nemen zodat Justitie kan aangepast worden aan de noden van de 21ste eeuw.
Patrick DEWAEL, Volksvertegenwoordiger Open Vld