Twee kokette dames van middelbare leeftijd draaien het hoofd wanneer ze hem kruisen op de zeedijk in Knokke. Een korte aarzeling, dan een blik van herkenning. «Mais si, c'est lui, le ministre.» Jazeker is hij het, Patrick Dewael, en jazeker is hij nog minister. Hing het van de oppositie af, dan was hij nu minister van Binnenlandse Zaken áf. Maar Dewael is een taaie. Ook de politiestorm heeft hij overleefd, zij het niet met de glimlach. «It's a hell of a job. Ik ga niet elke morgen fluitend de deur uit.»
© 2008 Het Laatste Nieuws - Jan Segers
Knokke - even op adem komen - is alweer verleden tijd. Vandaag zit Patrick Dewael in Turkije, onder meer om er met de Turken te praten over DHKP-C, de al dan niet terroristische organisatie van de voortvluchtige Fehriye Erdal. Van haar ontsnapping, begin 2006, is het geleden dat er nog zo hard, zo lang en zo massaal om het ontslag van de minister van BInnenlandse Zaken is geroepen als nu, in de zaak-Koekelberg en de zaak-Debeck. Verder ingaan op die dossiers wil Dewael niet. «Ik praat niet over lopende zaken. De tuchtprocedure is ingezet. Meer kan ik op dit moment niet doen, meer mag ik niet zeggen.» Politiechef Fernand Koekelberg hangt een blaam boven het hoofd. Dewael zelf acht zich van elke blaam gezuiverd. Met de blikschade valt het nogal mee, vindt hij. «U vraagt mij of het normaal is dat ik als vicepremier van Open Vld slechts het zesde hoogste aantal stemmen haal bij de verkiezingen voor ons partijbureau. Wel, ik vind dat niet alleen normaal - Limburg is niet zo groot en niet zo blauw als Oost-Vlaanderen -, ik ben er zelfs blij mee. Vorige keer was ik vijfde, nu zesde. Moet ik me dan aangeschoten wild voelen, zoals u suggereert?»
Had u een déjà vu toen de oppositie de voorbije weken om uw ontslag schreeuwde?
«Alles went. Binnenlandse Zaken is hét crisisdepartement bij uitstek. Loopt er op het terrein iets fout, dan ben je als minister altijd de schietschijf. Ik ga al vijf jaar met mijn gsm naar bed. Rinkelt hij, dan denk ik haast vanzelf: slecht nieuws. It's a hell of a job , maar u hoort mij niet klagen. Als ik daar niet kon mee leven, dan was ik er niet aan begonnen. En uiteraard heb ik niet de prettigste maanden uit mijn loopbaan achter de rug, maar tegenwoordig wordt er zo vaak en zo loos om ontslag geroepen dat je dat niet meer ernstig kan nemen. Niet alleen door de oppositie trouwens, ook door de media. Eén krant heeft sinds begin september al het ontslag geëist van drie ministers: van Milquet, Reynders en mezelf. Tja.»
Het glijdt allemaal van u af als water van een eend?
«Dat nu ook weer niet. Ik zou liegen mocht ik zeggen dat ik elke dag fluitend de deur uitga richting Wetstraat. Het raakt mij wel degelijk dat men mij onderuit probeert te halen terwijl ik recht in mijn schoenen sta. De oppositie heeft bloed geroken en bewust alles op één hoop gegooid om mij te pakken. Maar als je ei zo na beschuldigd wordt van medewerking aan vervalsing, dan zou het toch als een schuldbekentenis overkomen mocht je opstappen? Dat heb ik dus geen moment overwogen. Ik heb gevochten voor mijn eer.»
U stond scherp, ja. Oneerbiedig uitgedrukt, maar uw collega's zullen het beamen: als Patrick Dewael een trap onder de broek krijgt, is hij politiek en retorisch op zijn best.
«Onterechte beschuldigingen geven me een extra shot adrenaline. In het rapport staat met zoveel woorden dat 'de minister in de val is gelokt'. Als het zo zit, wat let die minister dan nog om maar meteen de hele politietop te ontslaan en op een propere lei te herbeginnen met mensen die hij wél kan vertrouwen? Dat was de vraag die uw krant zich stelde. Maar ik garandeer u: als ik dat vandaag doe, moet ik mijn beslissing morgen al van rechtswege herroepen en zitten dezelfde mensen overmorgen opnieuw op hun plaats. En dan had ik gegarandeerd moeten lezen dat ik mijn hand overspeeld heb. Laat ze maar roepen, de populisten - ik doe daar niet aan mee, ik gooi het kind niet met het badwater weg en ik ga geen mensen schorsen tegen de rechten van de verdediging in.»
Eerst probeerde de oppositie aan te tonen dat u van de zaak-Debeck perfect op de hoogte was. Toen dat niet zwart op wit lukte, heette het dat u op de hoogte had moéten zijn van het gesjoemel op uw kabinet en op de Algemene Inspectie. Bent u te goedgelovig geweest of te laks?
«Geen van beide. Als minister teken je elke week honderden dossiers die zijn voorbereid door je kabinet of je administratie. Die kan je toch niet allemaal nog eens hoogstpersoonlijk tegen het licht houden? Neen, je moét tekenen in vertrouwen. Als mij een dossier wordt voorgelegd met niets dan gunstige adviezen
(Dewael verwijst naar de promotie van Christa Debeck, red)
, waarom zou ik dan argwaan koesteren? Anderzijds: is het nog wel van deze tijd dat ministers onder alles hun handtekening moeten zetten? En ook: e-mails zijn een verraderlijke vorm van communicatie. Is het normaal dat je geacht wordt om de inhoud te kennen van alle berichten in je mailbox? Ook die waarvan je niet de directe bestemmeling bent, maar waar je samen met vijf of tien of honderd anderen in cc bent gezet? Dat is niet meer op mensenmaat.»
De indruk die blijft hangen, is niettemin dat Patrick Dewael zich vastklampt aan zijn postje.
«Dat ziet u fout, durf ik denken. Ik ontmoet alleszins alleen maar mensen die het appreciëren dat ik niet zwicht voor al die loze insinuaties. Maar ach, zelfs al mocht u gelijk hebben, dan zal het me een kleine troost wezen dat andere politici het nog veel zwaarder te verduren krijgen. Zal ik u een bloemlezing geven van wat er het voorbije jaar zoal gezegd en geschreven is over Yves Leterme?»
Hoe voelt dat, elke dag wakker worden met de schrik dat scherpschutter Jean-Marie Dedecker zijn geweer heeft geladen met nieuwe kogels?
«Scherpschutter? Dedecker had artillerievuur aangekondigd, maar ik heb vooral losse flodders gehoord. 't Is puur populisme: bij elk incident de indruk wekken dat het hele systeem rot is en dat het allemaal de schuld is van de politiek - waarvan hij overigens zelf deel uitmaakt.»
Alsmaar prominenter zelfs. In de jongste peilingen zit LDD uw Open Vld op de hielen. U heeft hem onderschat, de populist.
«Toch niet. Volgens die peiling verliezen alle partijen - zelfs Groen! - meer kiezers aan Dedecker dan wij. Bovendien haakt meteen een derde van de Open Vld-kiezers af mochten we met LDD in kartel gaan. En terecht, want ons liberalisme is niet verzoenbaar met zijn populisme.»
Liberalen, christendemocraten en socialisten bekoren samen nog slechts 55 % van de Vlaamse kiezers. Zet dat u niet aan het denken?
«Vlaanderen is extreem versnipperd, ja. CD&V wordt nu gepeild op 21 %, wij op 19 % en daarachter heb je Dedecker, het VB en de sp.a met 16, 15 en 14 %. Wie durft zichzelf hier nog een grote partij te noemen? Zelfs CD&V is weer euh, hoe zal ik het zeggen...»
Te pakken? Daarvoor zal uw partij dan wel Guy Verhofstadt van stal moeten halen. En niet elke topliberaal zit daarop te wachten.
«Waarop baseert u zich? Als je de beste en de populairste politicus van het land in je rangen hebt, dan moét je daar toch blij om zijn? Neem het van mij aan: iedereen staat te popelen voor zijn rentree - op de Europese lijst of op een andere, dat zien we dan nog wel.»
Het was diezelfde Guy Verhofstadt die als interimpremier de PS opnieuw in de regering heeft opgenomen. Uw Open Vld zweet dat nu al negen maanden uit.
«Niet Verhofstadt drong toen aan op de opname van de PS. Wij bleven zweren bij rooms-blauw, maar het was de N-VA die toen mordicus een tweederdemeerderheid in de regering wilde. En waar staat die N-VA inmiddels? Te roepen aan de kant. Een verantwoordelijke partij als de onze kan dat niet maken. Niét in een periode dat het hele land met grote, vragende ogen naar de banken kijkt. Niét in een periode dat mensen zich angstig afvragen of ze morgen nog een job hebben en wat hun spaarboekje of hun aandelen nog waard zijn. Laat dit dan een regering zijn zonder winnaars: ze is wel nodig. En laat de begroting dan geen schoonheidsprijs verdienen: ze was wel de enig mogelijke. We hebben de slagkracht van de bedrijven en de koopkracht van de mensen maximaal ontzien. Ik daag iedereen uit om het anders en beter te doen. We mogen de mensen nu niet in de steek laten.»
Toch vragen steeds meer Open Vld'ers zich af wat u in deze regering nog te zoeken heeft. Regeren met PS en cdH heeft alsmaar meer weg van masochisme, van zelfverminking zelfs.
«De communautaire en ideologische tegenstellingen zijn groot, dat klopt, en ze komen telkens weer bovendrijven. Onze grootste zorg is nu dat de economie ook in deze barre tijden blijft draaien en dat bedrijven kredieten kunnen losweken om te investeren. Staatsinterventies zijn soms nodig, maar we moeten ook niet overdrijven. Je moet als overheid vanuit een verkeerd begrepen solidariteit niet plots élk bedrijf willen redden dat in slechte papieren zit. Ook daarover zal nog druk gediscussieerd worden in deze regering. En over onze arbeidsmarkt, uiteraard. De vraag is: houdt minister van Werk Joëlle Milquet haar belofte om iets te doen aan alle handicaps waar die arbeidsmarkt mee kampt?»
U kent het antwoord beter dan wie ook.
«Ik ontken niet dat het vaak stroef loopt in deze regering, maar denkt u nu echt dat Open Vld de enige partij is die zich vragen stelt over waar ze mee bezig is? Denkt u dat de CD&V dat niét doet, mocht straks blijken dat de communautaire dialoog van Kris Peeters niets oplevert? En omgekeerd: denkt u nu echt dat de socialistische kopstukken zich nooit afvragen waarom hun sp.a aan het verkommeren is in de oppositie?»
'Vous êtes des minables', riep Laurette Onkelinx u en Karel De Gucht onlangs toe. Een normaal mens snapt dat niet, hoe je kan samenwerken met een collega die je een verachtelijk wezen vindt.
«Ach, dat is de aard van het beestje. Wijzelf zijn ook niet altijd even aardig tegen haar. De PS is een conservatieve, remmende partij, maar als je een deal hebt met Laurette Onkelinx, heb je tenminste de garantie dat ze die naleeft. Dat kan niet van elke collega gezegd worden.»
En dus denkt u, als er geschreeuwd wordt: 't is Laurette maar.
«Zoiets, ja. En nogmaals: ik werk liever met iemand als zij dan met iemand die vandaag een afspraak met je maakt maar daar morgen op terugkomt.»
Om Joëlle Milquet andermaal niet te noemen.
«U hoort mij geen namen noemen. Dit is geen tijd voor extra conflicten.»