Patrick Dewael

Open Vld website Open Vld RSS
Villa Politica Facebook

Geef jonge daders lik op stuk

Sinds de gewelddadige dood van Guido De Moor op een Antwerpse bus van De Lijn, geen twee jaar geleden, keert de vraag onheilspellend vaak terug: hoe veilig is nog de brave burger die zich in zijn stad met tram of bus verplaatst? Na elk nieuw incident - vorige week werd een man er halfdood geslagen door ex- Joegoslaven van 14, 15 en 16 jaar - klinkt het antwoord minder geruststellend. Maar het nieuwe duo op Binnenlandse Zaken en Justitie, Patrick Dewael en Jo Vandeurzen (CD&V), houdt het hoofd koel. «Natuurlijk is het belangrijk dat jonge daders streng gestraft worden. Maar nog belangrijker is dat ze snél gestraft worden. Lik op stuk, meteen.»

 

©2008 Het Laatste Nieuws - Jan Segers

 

 

Het is klassiek: na elke nieuwe agressie op De Lijn klinkt de roep naar nog hardere repressie en nog meer maatregelen om de reizigers te beschermen. Terecht?

 

Patrick Dewael: «Het is logisch dat de emoties na zo'n incident hoog oplaaien, omdat er voor dergelijk geweld nu eenmaal geen enkel excuus is, zelfs geen enkele verzachtende omstandigheid - ook niet dat de jonge daders uit ex-Joegoslavië komen, waar een burgeroorlog voor drama's en trauma's heeft gezorgd. Ik begrijp de verontwaardiging. Maar wij, als overheid, moeten ons hoeden voor overacting. We mogen mensen vooral niet de illusie aanpraten dat je elk geweld op het openbaar vervoer kan uitsluiten als je maar véél maatregelen neemt: nog méér blauw op straat en in de stations, nog méér spotters, nog méér veiligheidspersoneel op trein, tram of bus. Weinig landen hebben verhoudingsgewijs meer politiemensen dan het onze. Je kan niet op elke bus of in elke treinwagon een politieman zetten. Wat er wordt ingezet voor preventie, is al niet min. Elke vervoersmaatschappij, van De Lijn tot de NMBS, heeft zijn eigen veiligheidsdienst.»

 

Vlaams minister Kathleen Van Brempt (sp.a), bevoegd voor De Lijn, rekent op u, meneer Vandeurzen, om jeugdrechters warm te maken voor een busverbod voor jonge relschoppers en vandalen.

 

Jo Vandeurzen: «Ik sta daarvoor open, maar niet elk voorstel van vandaag moet morgen al van kracht zijn, gestuwd door de steekvlam van verontwaardiging na weer een nieuw incident. Een busverbod valt moeilijker te organiseren en te controleren dan een stadionverbod voor voetbalhooligans, lijkt me. Ik wil erover spreken, maar essentiëler dan nieuwe maatregelen is voor mij dat we de bestaande mogelijkheden voortaan beter zouden benutten. Als de politie de daders snel opspoort, moeten parket en rechtbank daar sneller op inspelen.»

 

Het gevoel leeft inderdaad dat het allemaal best wat sneller en kordater mag: van de installatie van camera's op bussen tot en met de strafuitvoering. Sommige werkstraffen worden zo lang na het vonnis uitgevoerd dat de jonge dader bij wijze van spreken alweer vergeten is waarvoor hij is gestraft.

 

Vandeurzen: «Ja, als zo'n tiener nauwelijks nog het verband ziet tussen de sanctie en het vergrijp, schiet de straf haar doel voorbij. Een snellere strafuitvoering wordt mijn topprioriteit.»

 

Dewael: «Ik wil geen steen werpen (naar Marc Verwilghen en Laurette Onkelinx, de vorige ministers van Justitie, red.), maar de politiehervorming is de jongste jaren veel sneller opgeschoten dan de hervorming van Justitie. We moeten streven naar een lik-op-stuk-beleid en tonen dat op elke misstap een sanctie staat, zodat nooit de indruk van straffeloosheid wordt gewekt. Van Joe Van Holsbeeck over Guido De Moor tot het incident van vorige week: telkens is de politie erin geslaagd om de daders snel te identificeren en op te pakken. Dan is het frustrerend om vast te stellen dat het bij de volgende schakels in de ketting minder gesmeerd loopt. En om een jeugdmagistraat finaal te horen zeggen: 'Ik wil deze jongere wel plaatsen, maar er is helaas geen plaats in onze instellingen. Ik moet hem laten gaan.' De veiligheidsketting is maar zo sterk als de zwakste schakel: de strafuitvoering, in ons geval. Daar zitten Jo Vandeurzen en ik perfect op dezelfde lijn.»

 

In oktober van vorig jaar, toen u samen onderhandelde over het hoofdstuk justitie van een oranje-blauwe regering, botste één van uw voorstellen op onbegrip bij zowat alle ervaringsdeskundigen: dat voortaan de mogelijkheid moest bestaan om jongeren vanaf 14 jaar op te sluiten in een jeugdgevangenis in plaats van hen naar een open instelling te verwijzen. Aan dat voorstel moest ik denken toen bleek dat de drie daders uit ex-Joegoslavië 14, 15 en 16 jaar oud waren.

 

Dewael: «Ook repressie kan een vorm van preventie zijn, in die zin dat ze piepjonge daders kan afschrikken en aan het denken zet. Toen ik dat voorstel deed, werd ik door iedereen met een scheef oog bekeken - te hard, te rechts, vond men toen. Maar ik blijf erbij: de zwaarste gevallen tussen 14 en 16 jaar moeten we desnoods een aantal jaren in een jeugdgevangenis kunnen opsluiten. Waarmee ik niét gezegd wil hebben dat je ze opgeeft. Maar als pakweg een vijftienjarige iemand doodslaat, dan moet je die toch niet in dezelfde instelling laten verblijven als een vijftienjarige die daar is geplaatst voor veel minder zware feiten? Jeugdbescherming is een hoog goed, maar in de zwaarste gevallen moet eerst en vooral de maatschappij worden beschermd - ook tegen daders van 14 of 15 jaar, ja.»

 

Deskundigen uit het jeugdwerk hebben daar zware bedenkingen bij. Als jongeren van 15 niet oud genoeg geacht worden voor seks, alcohol of tabak en daarin als kinderen worden behandeld, waarom zou je ze dan straffen en berechten als volwassenen als ze over de schreef gaan?

 

Dewael: «Ik weet dat allerlei nobel denkende mensen zich daar zorgen over maken, maar ik wil uiteraard ook niet elke 15-jarige die een misstap begaat meteen opsluiten. Alleen voor de zwaarste gevallen moet je die mogelijkheid voorzien.»

 

Blijft dat oranje-blauwe voorstel in deze regering overeind, meneer Vandeurzen? Want inmiddels zetelt daar ook de PS in van uw voorgangster Laurette Onkelinx. En die is vierkant tegen.

 

Vandeurzen: «In het regeerakkoord staat vermeld dat we daarover zullen debatteren. Ik wil daar niet flauw over doen: de standpunten verschillen, en het is een erg gevoelig thema.»

 

Dewael: «De Franstaligen, met name PS en cdH, vinden ons, Vlamingen, te repressief in onze aanpak van jeugddelinquentie. Zij leggen veel sterker de nadruk op preventie en begeleiding, wat hun volste recht is. Maar als het erop aankomt om daar zelf geld voor vrij te maken, geven ze niet thuis. Dan steken ze hun hand op naar het federale niveau. Tja, dat is niet erg consequent.»

 

Almaar meer camera's en veiligheidspersoneel op De Lijn en 10 miljoen extra naar de NMBS voor veiligheid op de trein: moeten we straks elke bus beveiligen als een geldtransport en elke opstapplaats als een juwelierszaak?

 

Dewael: «We moeten opletten dat we in onze ijver om dat veiligheidsapparaat almaar verder uit te bouwen niet de grenzen van de privacy overschrijden.»

 

Vandeurzen: «Je moet altijd het juiste evenwicht behouden tussen de veiligheid van de samenleving en de vrijheid van het individu.»

 

Dewael: «En los van alle investeringen die je kan en moet doen, bestaat er toch ook nog zoiets als burgerzin, niet?»

 

De man die tussenbeide kwam, vorige week, heeft zijn burgerzin bijna met zijn leven bekocht. Je moet ofwel een groot natuurlijk gezag ofwel harde vuisten hebben om je als zestiger te moeien wanneer een bende relschoppers de bus op stelten zet.

 

Dewael: «Andermaal: je kan niet met elke bus een politieman meesturen. En geweld als dat van vorige week is gelukkig nog steeds niet de norm, wel de uitzondering.»

 

Vandeurzen: «Ook voor de slachtoffers van dergelijk geweld helpt het om te merken dat er geloofwaardig wordt gestraft. Ik wil me als minister van Justitie uiteraard niet in de plaats van een rechter stellen, maar ik kan hem wél richtlijnen meegeven inzake strafvordering. Zo kan agressie tegen buschauffeurs sinds vorig jaar strenger worden bestraft. Het is belangrijk dat de mensen weten wat wij als overheid een gepaste straf vinden voor een bepaald misdrijf.»

 

Kan het wat concreter, meneer Vandeurzen? Vindt u dat het allemaal wat strenger zou mogen, met zwaardere straffen?

 

Vandeurzen: «Dat is niet mijn eerste zorg. Natuurlijk moeten we jonge daders, van waar ze ook afkomstig zijn, duidelijk maken dat hier onze normen gelden, niet die van hen, en dat ze stevig gestraft worden als ze die niet respecteren. Maar de kwestie is niet zozeer of het strenger of minder streng moet, maar dat de bestraffing hoe dan ook consequenter, voorspelbaarder en transparanter moet. En vooral: sneller. Ik wil er absoluut voor zorgen dat de mensen het gevoel krijgen dat ze kunnen rekenen op de politie en het gerecht om snel en efficiënt te reageren op al wat onaanvaardbaar is. Dat het geen jaren duurt eer er een vonnis komt. Dat de straf snél wordt uitgevoerd - geen maanden later. En dat die straf überhaupt uitvoerbaar is - geen straffen uitspreken van drie jaar waarvan je vooraf weet dat ze onuitvoerbaar zijn. Dat is mijn topprioriteit. Concreter kan ik toch niet zijn?»

 

 

 

 

Powered by Seltec CMS & Webdesign