Het eindverslag van de parlementaire onderzoekscommissie naar fiscale fraude-dossiers is gisteren besproken in de plenaire. Het verslag is een belangrijk document omdat dit het resultaat is van een onderzoek dat over de partijgrenzen heen met een open geest en met een grote bereidheid om iets te ondernemen tegen fiscale fraude, is gevoerd.
Het behoud van ons sociaal-economisch verzorgingsmodel is meer dan ooit afhankelijk van het fiscaal verantwoordelijkheidsgevoel van de burgers. In ons staatsmodel dat berust op een zeer collectieve dienstverdeling is de financiële solidariteit fundamenteel. Het solidariteitsprincipe stelt dat iedereen bijdraagt in verhouding tot zijn financiële draagkracht, maar het is zo dat tot op vandaag nog steeds heel wat mensen zich goed- of kwaadwillig proberen te ontrekken aan hun financiële bijdrageplicht tot de gemeenschap.
In onze hedendaagse samenleving stelt de fiscale fraude een groot maatschappelijk probleem. Voor 2007 zou het om een bedrag gaan van rond de 32 miljard euro, voor 2008 zelfs om meer dan 33 miljard euro.
In april vorig jaar besloot het Federale Parlement om een onderzoekscommissie op te starten die als opdracht kreeg de fiscale fraude eens grondig onder de loep te nemen.
De commissie bestudeerde een aantal belangrijke dossiers zoals het forfaitaire gedeelte van de buitenlandse belasting, de zaak ‘Beaulieu’, kasgeldvennootschappen, belastingsparadijzen en maakte een analyse van elk van hen.
De commissie heeft verschillende getuigen en experten gehoord om uiteindelijk 54 aanbevelingen voor te stellen aan de regering om fiscale fraude tegen te gaan.
De 54 aanbevelingen kunnen opgedeeld worden in vier groepen, en zouden als een soort checklijst kunnen gebruikt worden voor een toekomstig fiscaal fraudebeleid:
1) Doorstroming van verschillende dossiers tussen verschillende instellingen verbeteren
Bij de fiscus, de onderzoeksrechters en het parket blijven soms verschillende dossiers liggen met gevaar voor verjaring. Er zou slechts één weg mogen gevolgd worden, dit betekent dat de overtredingen van de fiscale wetgeving ofwel administratief ofwel gerechtelijk moeten worden beteugeld. De oprichting van de ‘Federale Dienst voor Fiscale Fraudebestrijding” moet hierbij helpen, zij moet de opdracht krijgen de fiscale fraudezaken te kanaliseren (administratieve of gerechtelijke behandeling).
Een ander voorstel is de oprichting van een parlementair controleorgaan ‘Comité F’, naar het model van het Vast Comité van toezicht op de Politiediensten ‘Comité P’, dat wordt belast met het toezicht op de diensten die optreden in de strijd tegen de verschillende vormen van fraude. Zij zouden ook klachten van de ambtenaren en burgers in ontvangst moeten nemen.
2) Rol van de tussenpersoon/adviseur wijzigen
Fiscale adviseurs (advocaten, banken, notarissen, enz.) moeten verplicht worden om een rapport op te stellen om fiscale en georganiseerde fraude te melden.
Verder raadt de commissie aan om een algemene regeling voor de minnelijke schikking in te voeren.
3) Oplossingen voor praktische, administratieve problemen
Het gebrek aan fiscale expertise bij de parketten bleek vaak nadelig voor de afhandeling van grote dossiers. Daarom stelt de commissie de oprichting voor van de dienst ‘fiscaal auditoraat’ binnen het rechtsgebied van het Hof van beroep waarin gespecialiseerde parketmagistraten worden ondergebracht. Er zou ook moeten gezorgd worden voor voldoende personeel op de parketten en voldoende magistraten die in de strijd tegen fraude kunnen worden ingezet.
De commissie stelt ook dat een aanpassing van het bankgeheim noodzakelijk is: het moet mogelijk worden om banken te ondervragen als er sterke aanwijzingen zijn dat inkomsten niet werden aangegeven.
4) Algemeen vereenvoudiging en harmonisering van de fiscale wetgeving