Het plotse overlijden van Karel Van Miert heeft de Kamervoorzitter erg geschokt.
Voor de Belgische politieke wereld is zijn plotse overlijden een waar verlies.
Zijn principevastheid – zowel op sociaal-ideologisch, Vlaams als Europees vlak – blijft overeind en is een referentiepunt voor de huidige politieke generatie. Vooral zijn keiharde Europese overtuiging zal blijven naleven. Zelfs recent – een periode waarin Europa in crisis is en in vraag wordt gesteld – nam hij verbouwereerd, met zachte doch vastberaden stem, de verdediging op van het Europees project.
In de Kamer van Volksvertegenwoordigers is op 2 juli een herdenking gehouden in aanwezigheid van Van Miert's partner, Carla Galle, en zijn zoon Bart.
Het plotse overlijden van Karel Van Miert heeft ons allen met verbijstering geslagen.
In een tuin, een idyllisch paradijs, waar hij ooit als kind zijn dromen koesterde, is hij ook gestorven.
De kring van zijn leven is gesloten.
Karel Van Miert werd op 17 januari 1942 geboren in Oud-Turnhout, in een landbouwersgezin met negen kinderen.
Zoals het toen heel gewoon was voor kinderen uit zijn milieu, ging hij op 14-jarige leeftijd werken. Hij deed verschillende jobs. Uit die ‘levensschool’ trok hij lering zoals enkel de besten dat kunnen.
Uiteindelijk behaalde hij voor de Centrale Examencommissie het diploma van middelbaar onderwijs, en werd hij derhalve een exponent van de democratisering van het onderwijs in ons land.
In 1966 studeerde hij af aan de Rijksuniversiteit Gent -met grote onderscheiding- af als licentiaat in de Diplomatieke Wetenschappen. Zijn eindverhandeling betrof een analyse van de Europese Commissie. Sindsdien zou hij Europa niet meer loslaten.
Vervolgens behaalde Van Miert met een beurs van de Franse regering een diploma in Europese Studies aan de Universiteit van Nancy. Dat opende voor hem de deuren bij de Europese commissarissen Sicco Mansholt en Henri Simonet. Enige tijd werkte hij ook als onderzoeker en docent aan de Vrije Universiteit Brussel. Ik heb nog les van hem gekregen.
Tijdens zijn studies was hij wel geïnteresseerd in politiek, maar het was erna dat hij zich engageerde. Zo kwam hij als secretaris van de Jong-Socialisten in het partijbureau van de BSP en wordt hij in 1976 adjunct-nationaal secretaris van de BSP. In 1978 werd hij voorzitter van de autonoom geworden Vlaamse Socialistische Partij. Ook bekleedde hij functies in de Europese en internationale socialistische beweging.
In 1979 werd Van Miert lid van het eerste verkozen Europees Parlement.
Als lid van de politieke commissie was hij vooral actief op het vlak van de institutionele hervormingen. Zo was hij nauw betrokken bij het Rapport Spinelli (1984) dat een ontwerp voorstelde van Verdrag tot oprichting van de Europese Unie, een voorloper van Europese Grondwet.
Karel Van Miert ijverde met gelijkgezinde Europarlementsleden voor een federaal uitgebouwd Europa geschoeid op een communautaire leest (in tegenstelling tot een intergouvernementele benadering). Hij was zeer begaan met de mensenrechten in de wereld (hij was onder meer rapporteur over de mensenrechten in Chili) en met het vraagstuk van vrede en veiligheid.
Een constante in zijn parlementair mandaat was de aandacht voor het sociale luik van de Europese constructie.
Van 1985 tot 1988 was hij lid van onze Kamer van volksvertegenwoordigers. Ook hier bleef zijn passage niet onopgemerkt.
Vanuit zijn Europese parlementaire ervaring besefte hij dat, naast het Europees Parlement, ook de nationale parlementen een blijvende rol te spelen hadden in de democratische controle op de Europese besluitvorming. Onder zijn impuls werd in 1985 dan ook het Adviescomité voor Europese Aangelegenheden opgericht in de Kamer. Origineel was dat het uit 10 Kamerleden en 10 Belgische leden van het Europees Parlement was samengesteld. Een belangrijke bijdrage was voorts zijn verslag over de aanwending door België van de Europese structuurfondsen.
Zijn politieke carrière bereikte een hoogtepunt toen hij in 1989 lid werd van de Europese Commissie. Zijn Europees en Belgisch parlementair mandaat hebben ongetwijfeld de basis gevormd voor zijn succesvol functioneren als Europees Commissaris. De eerste vijf jaar was Van Miert bevoegd voor Transport en Consumentenbeleid; in zijn tweede ambtstermijn was hij bevoegd voor het Mededingingsbeleid.
Hij groeide vooral tijdens zijn tweede termijn uit tot “de machtigste man van Europa”. Door te waken over de concurrentieregels gaf hij vorm aan de ‘interne Europese markt’.
Op het eerste gezicht lijkt het een paradox dat uitgerekend een sociaaldemocraat zich als hoeder opwierp van de liberalisering van de economie. Van Miert was er echter van overtuigd dat precies door de controle over het functioneren van de mededinging in de vrije markt, de sociale dimensie van de markteconomie het best gewaarborgd werd. Zo werd hij door sterke economische actoren in Europa zowel gevreesd als belaagd.
Naar aanleiding van problemen in de Commissie waarin hijzelf geen verantwoordelijkheid had, nam hij in 1999, samen met de voltallige Europese Commissie ontslag. Dat betekende wel het einde van zijn schitterende carrière in de Europese politiek, maar niet van zijn politiek engagement voor Europa.
Door zijn gedegen Europese ervaring, werd hij door de bedrijfswereld aangezocht om bestuursmandaten op te nemen.
Maar het meest blijft zijn stem nazinderen, wanneer hij verontwaardigd over de onzekere ontwikkeling van zijn Europees project sprak: geëmotioneerd en gedreven.
De kracht van zijn overtuiging was echter sterker dan die van het woord. Zijn huismerk was: authenticiteit en oprechtheid, en niet de gladde, gepolijste taal van de politieke marketeers.
Voor België en Europa betekent het overlijden van Karel Van Miert een waar verlies. Zijn beginselvastheid als sociaaldemocraat, Vlaming en Europeaan is een ijkpunt voor de huidige politieke generatie.
Namens onze assemblee heb ik aan zijn familie onze innige deelneming betuigd.
(Woord van de Regering)
- De Kamer neemt een minuut stilte in acht.