Op vrijdag 4 december organiseerde Patrick Dewael in Tongeren voor het eerst de “Dag van de Ondernemer”. Met deze dag wil hij een informeel overleg- en netwerkmoment organiseren tussen bedrijfsleiders onderling en tussen ondernemers en politiek. Centrale vraag is hoe we onze economie kunnen herstellen en de werkloosheid kunnen tegengaan.
Ook al zijn de eerste tekenen van economisch herstel zichtbaar, de gevolgen van de crisis zetten zich onverminderd voort. Vorige maand was de zwartste novembermaand ooit. 858 Belgische bedrijven gingen failliet, dat is 20,6 procent meer dan vorig jaar. Dit jaar gingen maar liefst 8.684 bedrijven over de kop. Faillissementen betekenen helaas ook jobverlies, zo gingen er dit jaar reeds 22.000 arbeidsplaatsen verloren. In de maand november alleen al werden er 2.374 gezinnen getroffen. Volgens Patrick Dewael geeft dit alles het belang aan van netwerkmomenten tussen ondernemers onderling en tussen ondernemers en politiek. Dat is het opzet achter deze eerste "Dag van de Ondernemer" in Tongeren
Voor de aanwezige Limburgse bedrijfsleider en politici werd op de “Dag van de Ondernemer” een interessant programma uitgestippeld. Kersvers Europees Commissaris voor Handel Karel De Gucht zette voor hen de koers uiteen die hij in de toekomst wenst te varen. De hoofdvraag daarbij was hoe we onze economie terug op de rails kunnen krijgen. Het belangrijkste is het stimuleren van het vertrouwen van mensen. Voorts moeten banken ertoe aangespoord worden meer krediet te verlenen aan KMO’s, want zij zijn de belangrijkste gangmakers voor innovatie en het scheppen van banen. En met belastingverlagingen kunnen we de consumptie en de investeringen helpen op te krikken.
Na de uiteenzetting van De Gucht trokken de bedrijfsleiders en politici richting Tongeren Oost voor een bezoek aan SKF en Corswarem.Twee bedrijven die reeds lang in de Tongerse economie verankerd zijn. De dag werd afgesloten met een bezoek aan de officiële opening van de tentoonstelling “Ambiorix, koning van de Eburonen” in het Gallo-Romeins Museum.
Toespraak Patrick Dewael
De laatste maanden rolde er voornamelijk één woord dat over ieders tong. De crisis. Ze heeft vele werkgevers en werknemers getroffen. Zij heeft ons allen beroerd. Nu deze crisis zeer langzaam opschuift wordt de ravage steeds duidelijker. Het lijkt wel alsof we momenteel in twee werelden leven. Aan de ene kant stellen we vast dat de economie opnieuw groeit, zij het traag. Zo groeide onze economie in het derde kwartaal met 0,5%. De Duitse economie zelfs met 0,7%. Het ondernemersvertrouwen steeg voor de achtste maand op rij. In november was deze heropleving het grootst sedert 1999. En ook het consumentenvertrouwen hervat de stijging in november. Tegelijkertijd was vorige maand de zwartste novembermaand ooit. Maar liefst 858 Belgische bedrijven gingen failliet, dat is 21 procent meer dan vorig jaar. De gevolgen van de crisis zetten zich dan ook onverminderd voort. Dit jaar gingen maar liefst 8.684 bedrijven over de kop. Faillissementen betekenen helaas ook jobverlies, zo gingen er dit jaar reeds 22.000 arbeidsplaatsen verloren. In de maand november alleen al werden er 2.374 gezinnen getroffen. Ons land telt ondertussen meer dan 500.000 werklozen en 100.000 leefloners.
Van twee werelden één; zowel de tekenen van het prille herstel als de faillissementscijfers en het jobverlies moeten ons motiveren om alles op alles te zetten. Om het verschil te maken. Om te vernieuwen en te hervormen, om te investeren in innovatie en ondernemerschap en om de koppen bij mekaar te steken, de krachten te bundelen, van elkaar te leren en initiatief te nemen. Dat is voor mij het opzet achter deze eerste “Dag van de Ondernemer”: de creatie van een netwerkmoment tussen ondernemers onderling en tussen ondernemers en de politiek. Ondernemers zijn dag in dag uit in de weer om tewerkstelling te garanderen en te creëren, ook in crisistijd. U verdient dan ook alle waardering, respect en ondersteuning.
Het klinkt paradoxaal, maar de huidige crisis biedt een duidelijke opportuniteit om onze economie grondig te vernieuwen en aan te passen aan de toekomst. Juist op een ogenblik dat er zich wereldwijd problemen voordoen, moeten we de kans grijpen om nieuwe wegen in te slaan die uitzicht bieden op een betere toekomst. De provincie Limburg heeft in dat opzicht ervaring.
Het is namelijk onze provincie, die vroeger zo kwetsbaar bleek omwille van haar afhankelijkheid van de kolenindustrie, die de voorbije jaren blijk gaf van diversificatie, innovatie en de durf om risico’s te nemen. Limburg telt nu 36.000 trotse ondernemers, het hoogste aantal ooit, en dat moeten we verzilveren. Dat zal ook nodig zijn want nog al te veel zijn we gefocust op één specifieke sector, met name de auto-industrie. Anders gezegd, in ‘onze Ford’ van vandaag schuilt er eenzelfde soort gevaar als in ‘onze steenkool’ van de jaren 60’ en ‘70.
We moeten dan ook leren uit de fouten van het verleden en bijgevolg volop investeren in nieuwe economieën, zoals de groene economie, life-sciences, medische technologie, zorgeconomie en de hoogstaande diensteneconomie. Dat is de kern van mijn boodschap vandaag: laat ons vernieuwen, de kwetsbare elementen van de Limburgse economie aanpakken en gezamenlijk blijven investeren in deze provincie. We zetten de stap van een efficiëntiegedreven economie naar een innovatiegedreven economie. Daartoe geef ik drie belangrijke uitdagingen mee, specifiek voor onze provincie. Rond die beginselen en uitdagingen moeten we durven netwerken vandaag en in de toekomst.
Vooreerst is Limburg net zoals België een zeer open economie. De globalisering is voor de open Limburger – wereldburger een onuitputtelijke troef die we moeten omarmen. In tijden van crisis durven onze afzetmarken niet alleen krimpen, maar ook meer protectionistische reflexen aan de dag leggen. Export is voor de Limburgse economie van levensbelang. Ik ben dan ook enorm blij dat we de Europese Commissaris van Handel vandaag in ons midden hebben. Een Commissaris van Handel tracht onze afzetmarkten te vergroten, sluit handelsakkoorden en strijd op internationaal niveau voor meer vrijhandel en tegen protectionisme. Commissaris De Gucht is voor de Limburgers een belangrijke bondgenoot.
Onze provincie ligt aan de rand van het bed der Vlamingen en Belgen. Door het opheffen van de binnen- en buitengrenzen van de provincie komen de Limburgers midden het bed te liggen van één van de meest welvarende regio’s ter wereld: Leuven, Brussel, Antwerpen, Maastricht, Eindhoven, Keulen, Aken en Luik liggen allen op een boogscheut van Limburg. Wanneer Limburg de hand uitsteekt en zijn potentieel inzake kennis, logistiek, automotive, clean-tech,…, koppelt aan het potentieel van deze omliggende steden/regio’s ontstaat er een “win-win situatie” voor gans de regio. Het komt erop neer om onze “achterstand” om te buigen in een voordeel. Want onze “achterstand” gaat immers gepaard met overschotten aan “human capital”, ruimte en kapitaal (LRM). Drie factoren die eveneens van belang zijn voor de ons omringende aantrekkingspolen. Tegelijkertijd moeten we nieuwe oorden durven opzoeken, o.m. in de groeilanden zoals China, India, Rusland en Brazilië. Daarvoor moeten we blijven investeren, ook in een acquisitiebeleid voor Limburg.
Ten tweede is Limburg nog onvoldoende ontsloten. Een ontsloten economie straalt dynamisme uit en kent een hoge investeringsaantrekkelijkheid. De aantrekkingskracht van Limburg staat of valt met zijn mobiliteit. En niet alleen op vlak van toerisme, maar zeker ook op vlak van ondernemen, werken, wonen, studeren en consumeren. Het is van belang dat ook Limburg een multimodaal knooppunt wordt van mobiliteit, waar mens en bedrijf zich snel kunnen bewegen van de ene kant van de regio naar de andere en over de provinciegrenzen heen. De “metropool in ’t groen” zal de arbeidsmobiliteit en tewerkstelling vergroten, zal meer studenten, consumenten, toeristen en bedrijven aantrekkenen en zal de kwaliteit van leven doen toenemen.
Tenslotte is de Limburgse economie nog onvoldoende gedifferentieerd. De nieuwe clusters zijn nog maar recentelijk gestart en soms weinig solide. De agglomeratiekrachten (bedrijven die bedrijven aantrekken, nieuwe markten die ontstaan, werknemers die aangetrokken worden, consumptie die toeneemt,…) zijn nog in volle opbouw en dus kwetsbaar. De automotivecluster bijvoorbeeld is zeer afhankelijk van het kloppend hart, Ford Genk. Als dit kloppend hart uitvalt, is meteen ook de zuurstof verdwenen voor de omliggende – vaak innovatievere – afgeleide of toeleveringsbedrijven. Hetzelfde geldt voor de kenniscluster rond de UHasselt, die nog veel minder solide is dan bijvoorbeeld de cluster rond de KULeuven en de relatief jonge Limburgse logistieke cluster die zich ontpopt in het hinterland van de haven van Antwerpen. Het is dus van groot belang om bovenstaande clusters verder te ontwikkelen en te consolideren. Daarvoor zijn innovatie, differentiatie en infrastructuur belangrijke sleutelbegrippen.
De Romeinse filosoof Seneca schreef ooit: “het is niet omdat iets moeilijk is dat we het niet proberen, het is omdat we het niet proberen dat het moeilijk is”. Ondernemen betekent proberen, durven, risico nemen en ontdekken. Ik ben