Op 7 juni 2009 trokken de Vlamingen naar de stembus om uit te maken wie hen de komende vijf jaar in het Vlaams Parlement zou vertegenwoordigen. Of toch niet? Na de beëdiging van de ministers, bleek dat maar liefst 33 van de 124 Vlaamse parlementsleden eigenlijk niet verkozen zijn. Ze kwamen het parlement binnen als opvolger. 27 procent van de Vlaamse parlementsleden kan zich dus niet beroepen op een mandaat van de kiezer.
Onze parlementaire democratie kampt dus met een democratisch deficit. Op papier is de kiezer aan zet, maar in de praktijk voeren de partijen het hoogste woord. Door het systeem van opvolgers en door de “pot” van lijststemmen, die verdeeld wordt onder de eerste kandidaten op de lijst. Het kan nochtans anders. Kijk maar naar de gemeenteraadsverkiezingen. De eerste opvolger is dan de eerste niet-verkozen kandidaat met de meeste stemmen.
Daarom moeten het systeem van opvolgers worden afgeschaft. De eerste opvolger is de eerste niet verkozen effectieve kandidaat, dus de niet-verkozen kandidaat met de meeste voorkeurstemmen. Daarnaast moet de “pot” weg. De lijststem zelf mag behouden worden, om de kiezer de kans te geven op de partij te stemmen, zonder zich uit te spreken over individuele kandidaten. Maar de verdeling van de lijststemmen over de eerste kandidaten moet worden afgeschaft. De lijsstem telt dus enkel nog voor de zetelverdeling onder de lijsten en niet langer voor de toekenning van de zetels aan de kandidaten. Alleen de kandidaten die de meeste voorkeurstemmen halen, zouden dan verkozen worden en dit ongeacht hun plaats op de lijst.