Vandaag is het exact 64 jaar geleden dat de Tweede Wereldoorlog beëindigd werd. Gedurende meer dan 5 jaar voerden de Westerse democratieën, waaronder België, een strijd op leven en dood met het nazisme. De inzet was heel belangrijk, namelijk onze vrijheid van spreken, van denken, van vergaderen, onze vrijheid om zelf invulling te geven van ons leven, onze vrijheid om via verkiezingen zelf onze politieke leiders te mogen kiezen. Wat in die periode op het spel stond is de democratie die gesymboliseerd wordt in dit gebouw waar jullie vandaag aanwezig zijn.
Het is in dit parlement dat 150 mannen en vrouwen na vrije verkiezingen beslissingen nemen en wetten goedkeuren. Wetten die erop gericht zijn om onze maatschappij beter te maken en het samenleven van mensen met uiteenlopende politieke, religieuze en maatschappelijke ideeën zo harmonieus mogelijk te laten verlopen. Wetten die zowat alles kunnen bevatten, maar die in geen geval in strijd mogen zijn met onze grondwet. En in die grondwet worden onze belangrijkste rechten en vrijheden voorzien zoals de vrijheid van meningsuiting, de gelijkwaardigheid van elke mens, het recht op zelfbeschikking en de scheiding van kerk en staat. Elk van de 150 mannen en vrouwen die de Belgische burgers in dit halfrond vertegenwoordigen, moeten hier een eed afleggen en zweren dat ze die grondwet zullen naleven.
En dat was nu net wat Hitler en zijn regime probeerden uit te schakelen. Zij wilden een dictatuur waarbij niet de grondwet maar de wil van de Führer boven alles stond. Hij, en alleen hij, kon bepalen hoe de burgers moesten leven, waar ze moesten wonen, wat ze als beroep moesten uitoefenen, wat ze mochten lezen of niet lezen, wat ze mochten schrijven of niet schrijven, welke films en radio uitzendingen ze al dan niet mochten zien of horen. Onder zijn regime werd een lijst opgesteld van boeken die de burgers niet mochten lezen. Die verboden boeken werden publiekelijk verbrand. Maar het bleef niet alleen bij boeken. Hitler bepaalde welke burger rechten kreeg en wie niet, wie mocht blijven leven en wie gedood moest worden. In de loop van zijn dictatuur in het Duitse Rijk en later in de door zijn troepen bezette gebieden liet hij talloze mensen ombrengen die het volgens hem niet waard waren om te mogen leven. Zo liet hij meer dan 70.000 mentaal en fysiek gehandicapten vermoorden. Zo liet hij talloze andersdenkenden, Getuigen van Jehova, homoseksuelen en zigeuners oppakken en vermoorden. Zo liet hij 6 miljoen Joden afmaken waarvan een groot deel in de vernietigingskampen van Madjanek, Chelmno, Belzec, Sobibor, Treblinka en Auschwitz-Birkenau.
Het is tegen die dictatuur dat de geallieerden gevochten hebben. Onder hen ook een aantal mensen die hier nog aanwezig zijn en die ik verwelkom en tegelijk dank. Ik dank ze in naam van het parlement en in naam van alle burgers. Zij hebben samen met vele anderen gevochten tegen dat onmenselijke regime. Het is dank zij hun strijd dat wij vandaag in een wereld van vrede en welvaart leven. Het is dank zij hun inzet en overtuiging dat we nu vrijheid en rechtvaardigheid kennen.
Beste scholieren,
Zelf heb ik de oorlog gelukkig niet meegemaakt, maar ik heb er van mijn ouders en grootouders veel over gehoord. Mijn grootvader van moederszijde Arthur Vanderpoorten was de toenmalige Minister van Binnenlandse Zaken en werd door de Duitsers omwille van politieke ideeën opgepakt en afgevoerd naar het concentratiekamp van Bergen-Belsen. Daar is hij twee weken voor de bevrijding van het kamp gestorven. Die kennis heb ik doorgegeven aan mijn kinderen die net iets ouder zijn dan jullie. Ik wil die kennis ook doorgeven aan u allemaal. Opdat ook jullie zouden begrijpen dat we voortdurend moeten opkomen voor de democratie, voor de vrijheid en voor de verdraagzaamheid. Onthoud de betekenis van 8 mei en geef die later zelf door aan jullie kinderen en kleinkinderen zodat datgene wat ooit gebeurde, namelijk de Tweede Wereldoorlog, nooit meer zal gebeuren.
Patrick Dewael