Patrick Dewael

Open Vld website Open Vld RSS
Villa Politica Facebook

Patrick Dewael in Madrid om het Belgische EU-voorzitterschap in 2010 voor te bereiden

Ik ben verheugd het werk van mijn voorganger, de heer Herman Van Rompuy, thans Eerste Minister, die de medeondertekenaar is van de Verklaring inzake samenwerking in het kader van het Europees Trio-Voorzitterschap Spanje-België- Hongarije te mogen voortzetten.

 

Uit de hoorzittingen - die wij in het Belgische Parlement totnogtoe hebben gehad met de Staatssecretaris belast met de voorbereidinge van het EU-trio-Voorzitterschap - blijkt dat de prioriteiten ervan meer vaste vorm krijgen.

Zij zijn het resultaat van overleg tussen de drie regeringen, die zich hierbij hebben laten inspireren door een netwerk van academische think thanks en het maatschappelijk middenveld.

Het Belgische Parlement kan zich vinden in het voorlopig strategisch kader dat is meegedeeld.µ

 

Tijdens de hoorzittingen in het Belgische Parlement werd vooral ook aandacht gevraagd voor:

- de relatie Europese Unie - Afrika

- de noodzakelijke raadpleging van het Comité van de Regio's

- de evaluatie van de Milleniumdoelstellingen

- de rol van de nationale parlementen bij de communicatie over Europa naar de burgers

 

Tijdens deze gesprekken werd opgemerkt dat het weinig waarschijnlijk is dat er in tien - twaalf dossiers echt voortgang wordt geboekt. Strategisch zal men zich moeten toespitsen op een beperkter aantal doelstellingen.

De uitdaging is namelijk groot: in feite is dit trio-voorzitterschap het eerste dat werkelijk poogt op een gemeenschappelijke wijze een programma uit te werken.

 

 Bovendien is het ook het eerste trio-voorzitterschap dat poogt van bij het begin een parlementaire dimensie in te bouwen.

Om dit trio-voorzitterschap optimaal uit te oefenen is het evenwel nuttig lessen te trekken uit de twee vorige (Duitsland/Portugal/Slovenië en Frankrijk/Tsjechië/Zweden).

Derhalve zou ik willen voorstellen dat parlementaire ambtenaren samenkomen om deze twee vorige trio-voorzitterschappen te evalueren. De toegevoegde waarde van de formule van een trio-voorzitterschap - in essentie de continuïteit waarborgen tussen de drie voorzitterschappen - moet duidelijk worden aangetoond, evenals de factoren die tot gunstige resultaten hebben geleid. De besluiten ervan kunnen helpen als strategisch referentie- en handelingskader bij de feitelijke uitoefening van het voorzitterschap. Daarbij moet vooral nagegaan hoe bij de uitoefening van het voorzitterschap de rol van de nationale parlementen kan versterkt worden. De evaluatiecriteria zijn uiteraard politiek-normatief en kunnen best geformuleerd worden op het niveau van de commissies voor Europese Aangelegenheden.

 

Het trio-voorzitterschap Spanje/België/Hongarije zal in principe het eerste zijn dat in geheel nieuwe omstandigheden zal moeten functioneren.

Indien het Lissabonverdrag in voege treedt op 1 januari 2010, dan dient er rekening gehouden te worden met de nieuwe figuur van de permanente voorzitter van de Europese Raad (verkozen voor 2,5 jaar).

Het Spanje/België/Hongarije trio-voorzitterschap start quasi op een gelijk ogenblik met een nieuw verkozen Europees Parlement. Ook de relatie tussen dit trio-Voorzitterschap en het Europees Parlement moet uitgeklaard en operationeel worden gemaakt.

 

In het verleden is gebleken dat een EU-Voorzitterschap soms werd aangewend als middel om een eigen nationaal unilateraal beleid te voeren. Het Spanje/België/Hongarije team lijkt ingevolge de gediversifieerde samenstelling de nodige garanties te bieden om de diverse belangen en mogelijke spanningen tussen oude en nieuwe; grote en kleine; Centraal-Europese en Westelijke Lidstaten, te verzoenen.

Een Trio-Voorzitterschap is dus meer dan het managen van de besluitvormingsmechanismen in de Raad en de formulering van de politieke prioriteiten. Het Voorzitterschap dient ook de rol te spelen van onderhandelaar van compromissen in de Raad.

 

Tenslotte heeft een voorzitterschap ook een communicatieve en wervende taak ten aanzien van de Europese gedachte. De steeds lagere opkomstcijfers voor de Europese verkiezingen (43%) tonen hier nogmaals de oorzaak. Vooral de nationale parlementen zouden in dit communicatieproces een belangrijke rol moeten spelen. Zij zijn immers de meest representatieve opinieleiders bij uitstek.

 

 

 

Powered by Seltec CMS & Webdesign