Patrick Dewael

Open Vld website Open Vld RSS
Villa Politica Facebook

Koningsdag

Toespraak van de Kamervoorzitter tijdens de feestelijkheden van Koningsdag in het Federale Parlement. De Dag van de Dynastie stond in het teken van wetenschap.

Wetenschappelijk onderzoek wordt maatschappelijk een steeds belangrijker thema.

Meer en meer wordt duidelijk dat antwoorden op de uitdagingen waarmee wij nu en in de toekomst geconfronteerd worden – weze het op het vlak van gezondheid, leefmilieu, klimaat, voedselvoorziening, energie, mobiliteit, justitie – niet kunnen worden gevonden zonder een wetenschappelijke onderbouw.

 

In België, en niet in het minst bij onze vorsten, is dit besef steeds sterk aanwezig geweest. Het wetenschappelijk onderzoek moest worden aangemoedigd. Eén van de stimuli was ongetwijfeld het uitreiken van wetenschappelijke prijzen.

 

Zoals de voorzitter van de Senaat terecht opmerkte, legde Albert I, met zijn toespraak in de Hallen van Cockerill te Seraing op 1 oktober 1927, de fundamenten van het nationaal fonds voor wetenschappelijk onderzoek (NFWO).

 

 

 

 

De vorst bouwde hierbij voort op de inzet van Emile Francqi (1863-1935), die in 1932, samen met de toenmalige Amerikaanse president Herbert Hoover, besliste tot oprichting van de Francqi-stichting, met als doel de onbaatzuchtige fundamentele navorsing aan te moedigen.

 

De Francqi-prijs, de belangrijkste Belgische wetenschappelijke onderscheiding,  die wordt uitgereikt door de Koning zelf, is bedoeld om de verdienste van een jong Belgische vorser te erkennen.

 

Later zal op Emile Francqi nog beroep gedaan worden om een initiatief te nemen ten voordele van de bevolking van Belgisch Kongo. Dit leidde tot de oprichting in 1931 van het Instituut voor tropische geneeskunde in Antwerpen dat zeer vlug een internationale reputatie uitbouwde.

 

Mag ik u eraan herinneren dat één van de laureaten van de Francqi-prijs 1960
prof. Dr. Christian de Duve (geb. 1917) was, die in 1974 de Nobelprijs geneeskunde ontving voor de ontdekkingen  die hij deed in het raam van zijn jarenlange research rond diabetes en insuline.

 

Ik neem de gelegenheid te baat om de laureaten van de Francqi-prijs die vandaag op deze plechtigheid aanwezig zijn, te begroeten.

 

En wat het NFWO betreft, herinner ik er ook aan dat één van de eerste projecten die het fonds ondersteunde de lancering was van de stratosfeer- ballon van Auguste Piccard.

Koning Albert I was aanwezig toen Piccard met zijn collega Paul Kipler opstegen met hun ballon, die gevuld met waterstof, 15.000 meter hoogte zou bereiken om waarnemingen in verband met de kosmische straling en de dampkring te kunnen doen.

Hiermee was de trend gezet.

 

Door de jaren heen steunde het NFWO verschillende baanbrekende onderzoeksprojecten in de meest uiteenlopende sectoren.

Het besef groeide dat wetenschappelijk onderzoek ten dienste kon staan van zowel economie als een breder maatschappelijke belang. 

 

 

Het Belgisch wetenschappelijk onderzoek spitste zich daarom niet louter toe op exacte wetenschappen. Het ondersteunde ook archeologisch onderzoek in Iran, Egypte en de Nijlvallei; het leverde een bijdrage aan een zeer ruim scala van wetenschappelijk onderzoek gaande van een grootschalig slaaponderzoek tot kunsthistorische,theologische en filosofische studies.

 

 

De gewijzigde staatsstructuur had midden de jaren tachtig ook gevolgen voor de financiering en de organisatie van het wetenschappelijk onderzoek.

Sindsdien is het Belgische institutionele onderzoekslandschap hervormd, waarbij Gewesten en Gemeenschappen bevoegd zijn voor het wetenschappelijk onderzoek dat verband houdt met al  hun bevoegdheden.

Anno 2009 blijft het federaal niveau onder meer bevoegd voor onderzoek dat noodzakelijk is voor de eigen bevoegdheden of gericht op de uitvoering van inter- of supranationale overeenkomsten, voor ruimtevaartonderzoek in een internationaal kader en voor de 10 federale wetenschappelijke instellingen.

 

 

 

 

 

 

 

Met een begroting van meer dan 500 miljoen € per jaar en meer dan 2800  tewerkgestelde personen (waarvan 33% universitairen) ontwikkelt het federaal wetenschapsbeleid zijn activiteiten op het vlak van wetenschappelijk onderzoek op het vlak van cultuur, wetenschappen en geschiedenis via zijn verschillende wetenschappelijke instellingen. Dat beleid is erop gericht  het potentieel aan Belgisch onderzoek te valoriseren op nationale en internationale schaal, de wetenschappelijke samenwerking te bevorderen tussen universiteiten en onderzoekscentra in het noorden en het zuiden van het land en de uitstraling van ons indrukwekkend nationaal patrimonium te ondersteunen .

 

De POD wetenschapsbeleid beheert onder meer de deelname aan  Onderzoeks- en Ontwikkelingsactiviteiten door Belgische wetenschappers en industrie in het domein van ruimtevaart, in hoofdzaak binnen het kader van internationale organisaties waarvan België lid is (ESA, EUMETSAT, …) of binnen het kader van bilaterale akkoorden (bijvoorbeeld met Frankrijk rond SPOT).

 

De activiteiten bestrijken de volgende thema's: generische technologie, draagraketten, micro zwaartekracht, ruimtewetenschappen, aardobservatie, telecommunicatie en navigatie.

 

België draagt relatief gezien het meeste van alle ESA-leden bij aan het budget van het Europese ruimtevaartagentschap (meer dan 160 miljoen euro in 2009) en was trouwens een spil bij de oprichting ervan in 1975. Er is echter ook sprake van een aanzienlijke return, onder de vorm van contracten en bestellingen voor de Belgische ruimtevaartindustrie.

 

 

 

Daarnaast dienen ook de federale wetenschappelijke instellingen te worden vermeld zoals onder andere het “Studie en documentatiecentrum oorlog en hedendaagse maatschappij “(SOMA), het KMI, het Koninklijk Belgisch instituut voor natuurwetenschappen, het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika en de verschillende andere Koninklijke Musea die allen een significante uitstraling en internationaal erkende expertise bezitten.

 

De budgettaire kredieten voor onderzoek en ontwikkeling van de verschillende Belgische overheden schommelen al jaren rond de 0,6% van het bruto binnenlands product. Ook de privé-sector levert een grote bijdrage tot het wetenschappelijk onderzoek.

 

De Belgische ondernemingen hebben in 2007 69,7 procent van de bruto binnenlandse uitgaven voor Onderzoek en Ontwikkeling voor hun rekening genomen.

Maar ondanks deze aanzienlijke inspanningen wordt de Lissabondoelstelling van 3% uitgaven (t.a.v. het bbp) voor Onderzoek en Ontwikkeling helaas nog niet bereikt. Wel is duidelijk dat de motor van het onderzoek bij onze bedrijven zit.

Het grootste gedeelte van Onderzoek en Ontwikkeling van ondernemingen vindt nog steeds plaats in hightech-bedrijven (42 procent), voornamelijk dankzij het gestaag toegenomen belang van de farmaceutische sector.

Een van onze grootste Belgische onderzoekers, dokter Paul baron Janssen, (1926-2003), oprichter van Janssen Farmaceutica, heeft bijvoorbeeld niet minder dan tachtig geneesmiddelen op de markt gebracht, waarvan er vijf door de Wereldgezondheidsorganisatie als onontbeerlijk worden geclassificeerd.

 

 

 

 

 

Het aandeel van de intramurale uitgaven Onderzoek en Ontwikkeling gerealiseerd door ondernemingen onder buitenlandse controle ligt in België hoog in vergelijking met andere OESO-landen: het gaat vooral om het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland, Verenigde Staten, Frankrijk en Nederland. Ook in dit aspect van het maatschappelijk leven is de globalisering doorgedrongen. De Onderzoeks- en Ontwikkelingsactiviteiten blijven bovendien geconcentreerd in enkele grote ondernemingen (multinationals) en enkele activiteiten en sectoren. In deze sector kan één van de toekomstperspectieven dus zijn de betrokkenheid van en de toegankelijkheid voor Kleine en Middelgrote ondernemingen te verhogen.

 

Vergeten we ook niet, wat betreft de financiering van het onderzoek, initiatieven als Télévie, Levenslijn, Kom op tegen Kanker, en  tal van andere grootschalige operaties van fondsen-inzameling ten gunste van het geneeskundig onderzoek die het publiek sensibiliseren voor de ondersteuning van het wetenschappelijk onderzoek teneinde de vooruitgang van de geneeskunde te bevorderen. Ook de Nationale Loterij, de grootste mecenas van België, financiert mee het “Internationaal centrum voor  Kankeronderzoek”.

 

Le 19 juillet 2001, la Chambre des représentants a procédé à la création en son sein d’un « Comité d’avis chargé de questions scientifiques et technologiques ». Il était en effet devenu de plus en plus évident que l’Assemblée éprouvait le besoin de recourir à l’apport scientifique d’experts indépendants pour l’évaluation d’une série de choix politiques ou, plus simplement, obtenir davantage d’éclaircissements dans une série de dossiers techniques complexes.

 

 

 

 

 

 

 

Sur la base d’un protocole de coopération, ce Comité d’avis fait également appel aux services fédéraux de la Politique scientifique.

Depuis sa création, ce comité a étudié des thèmes très divers. Ainsi, des auditions ont été consacrées aux programmes spatiaux belges. Par ailleurs, plusieurs colloques ont été organisés, notamment sur l’internet ou les biocarburants. Sous la présente législature, le comité s’est intéressé aux nanotechnologies. Actuellement, il se penche sur la pharmacogénétique et la pharmacogénomique.

 

Il est clair que dans le cadre de la mondialisation, l’économie belge ne pourra rester concurrentielle que si nous parvenons à innover en permanence. A cet égard, la recherche fondamentale et la recherche appliquée jouent un rôle clé, tel qu’il leur a été assigné par les objectifs de Lisbonne de l ’UE, qui souhaitent transformer l’Union en une économie de la connaissance compétitive.

 

La Belgique est un pays riche où la création de connaissance présente une très grande qualité.  Elle occupe une position centrale au cœur de l’Europe et constitue la plaque tournante politique et administrative de l’UE, de l’OTAN et de nombreuses autres institutions internationales. D’une manière générale, les travailleurs y ont bénéficié d’une formation de qualité et sont polyglottes. La Belgique se caractérise par son économie ouverte (ses exportations représentent plus de 70% du produit intérieur brut) et peut se prévaloir d’une tradition séculaire dans le domaine du commerce international.

 

 

 

 

 

Une récente étude « peer review » a mis en évidence de nombreux exemples de réussite de l’excellence scientifique et technologique en Belgique. Le climat mondial dans lequel évolue l’économie belge change toutefois à une vitesse vertigineuse. En particulier les secteurs de moyenne et de faible technologie, qui gèrent une part importante du secteur de la production dans notre pays (91,5% selon les chiffres de l’OCDE), sont particulièrement sensibles à la concurrence internationale, en particulier des pays à bas salaires. Les risques économiques pour la Belgique peuvent être sensiblement réduits par le développement de produits innovants. Et à cet égard, la recherche scientifique joue un rôle déterminant.

 

Globalement, les prestations de la Belgique en matière d’innovation sont assez positives, avec une moyenne qui dépasse celle des partenaires européens. Toutefois, si l’on considère les indicateurs traditionnels, la Belgique ne semble pas encore exploiter pleinement les dépenses importantes consenties par les entreprises en matière de Recherche et Développement, la qualité élevée de l’output scientifique dans certaines niches et les atouts technologiques dont elle dispose.

 

 

 

Mesdames, Messieurs,

 

Dans ce Palais de la Nation, qui symbolise la Maison commune de l’ensemble de nos concitoyens, nous tenons à exprimer aujourd’hui notre attachement à nos institutions, à la démocratie parlementaire et, en particulier, en ce 15 novembre, à la monarchie constitutionnelle.

 

 

 

 

Meine Damen, meine Herren,

 

Eine Monarchie, die die verfassungsmäbigen Grundsätze respektiert, trägt bei zu einem stabilen und starken Belgien, in dem sehr unterschiedliche Gemeinschaften koexistieren.

 

Die heutige Huldiging ist die aller, und ich möchte mich auch zum Sprachrorh unserer deutschsprachigen Landsleute machen, deren Gemeinschaft ein Aspekt der Kostbarkeit unserer Mannigfaltigkeit wiederspiegelt.

 

 

Koninklijke Hoogheden,

 

Mag ik u verzoeken, namens alle aanwezigen, zijne Majesteit de Koning voorspoed en geluk toe te wensen zowel in de uitoefening van zijn hoog ambt als onder de Zijnen.

 

Koninklijke Hoogheden,

Dames en Heren,

 

Ik stel u nu voor even te luisteren naar de boodschap van onze man in de ruimte, commandant Dewinne die momenteel het commando voert over het internationaal ruimtestation ISS. Hij mocht vandaag niet op het appel ontbreken.  Niemand kan beter getuigen dan hij over  belang en noodzaak van wetenschap en performante wetenschappelijke opleidingen voor een verdere voorspoedige ontwikkeling van onze blauwe planeet.

 

Powered by Seltec CMS & Webdesign