Patrick Dewael

Open Vld website Open Vld RSS
Villa Politica Facebook

Start politiek jaar

Patrick Dewael gaf op 13 september in Gors-Op-Leeuw het startschot voor het nieuwe politieke jaar. In zijn toespraak somde hij de uitdagingen op van de toekomst.

Dames en heren,

Ik heet u van harte welkom bij het begin van dit nieuwe politieke jaar. Het wordt ongetwijfeld een druk, maar boeiend jaar. Er staat immers veel op het spel: de toekomst van overheidsfinanciën, de ecologische uitdagingen (Kopenhagen), de hervorming van justitie en de economische relance en vernieuwing. Dit laatste is ook van groot belang voor de provincie Limburg.

 

Het begin van dit nieuwe politieke jaar wordt gekaapt door het begrotingsdebat. En terecht; onze overheidsfinanciën staan er zéér slecht voor. Zij die “the sense of urgency” ontkennen, plegen ronduit schuldig verzuim. 25 miljard euro, 7% van ons BBP of 14% van de overheidsinkomsten, dát is het begrotingsgat waarvoor we staan. Om u een idee te geven: 25 miljard is de jaarlijkse kost van onze gezondheidszorg, het totale budget van de Vlaamse overheid of 85% van alle pensioenen die jaarlijks uitbetaald worden. De federale overheid is onmogelijk in staat om dit gat alleen op te vullen. Immers, van elke 100 euro die de federale overheid int, houdt zij amper 18 euro over. De rest gaat naar de sociale zekerheid, de gemeenschappen en gewesten en de lokale overheden. Elk van deze instanties zal bijgevolg een inspanning moeten leveren.

En vergis u niet. De tijd dringt. Volgend jaar bedraagt de staatschuld opnieuw 100% van ons BBP. Tegen 2020 loopt de schuld op tot 140% BBP. Tegelijkertijd groeit onze rentelast van 13 miljard euro vandaag tot 28 miljard euro in 2020. Deze rentesneeuwbal kan – zeker in tijden van vergrijzing – verwoestende gevolgen hebben voor onze welvaart.

Hoe dit huzarenwerk aanpakken? Wel, tijdens de begrotingsopmaak moeten volgende vuistregels gelden: (i) Iedereen moet en zal een inspanning leveren. (ii) De uitgaven worden als eerste onder de loep genomen en (iii) de focus moet daarbij liggen op meer economische groei in een nieuwe, groene en competitieve economie.

 

 

 

Dames en heren,

 

Een ander belangrijk thema op de nieuwe politieke agenda betreft de noodzakelijke hervorming van ons justitieel apparaat. Natuurlijk wil ik mij niet uitspreken over de mogelijke misbruiken die aan het licht kwamen, dat is een zaak voor het gerecht. Maar we moeten van dit momentum gebruik maken om over de grenzen van oppositie en meerderheid heen tot een globaal akkoord te komen. Wat we moeten realiseren is een operatie Octopus bis. Eind jaren negentig hadden we reeds een Octopus-akkoord over de politiediensten. De hervorming van die diensten is een succes geworden. Na de bittere affaire Dutroux was het vertrouwen in onze politiediensten volkomen weg. Vandaag is dat vertrouwen er opnieuw.

 

Hetzelfde moeten we nu doen met Justitie. Net zoals bij de hervorming van de politie zal dit op heel wat weerstand stuiten, maar we moeten er doorheen. Het kan immers niet zijn dat er één macht in ons land bestaat die op geen enkele manier wordt gecontroleerd. De uitvoerende en de wetgevende macht worden op tal van manieren gecheckt en opgevolgd. Dat moet nu ook het geval worden met Justitie, zonder dat dit afbreuk doet aan haar onafhankelijkheid, want die blijft van cruciaal belang. Maar er is geen enkele reden waarom we niet de slagkracht, de efficiëntie en de kwaliteit van het gerecht en haar personeel zouden mogen doorlichten, controleren en desnoods bijsturen. Alleen door een grondige hervorming en modernisering die gedragen worden door een overgrote meerderheid in het parlement, zullen we er in slagen het vertrouwen in Justitie opnieuw te herstellen.

 

 

 

 

Begroting en justitie vormen twee belangrijke uitdagingen. Maar wat ons misschien wel het meest zal bezig houden is het verdere verloop van de economische crisis. Deze crisis woedt als een wervelwind doorheen onze economie. Ze is bijzonder krachtig en ze speelt op wereldniveau. Geen enkel handelsblok, continent, natiestaat of regio blijft gespaard. Groeicijfers verdwenen als sneeuw voor de zon. Miljoenen mensen vielen zonder werk. In ons land gaat het om 71.000 bijkomende werklozen sedert december 2008. Duizenden mensen verkeren in tijdelijke werkloosheid.

 

 

Maar er is licht aan het einde van de tunnel. De eerste tekenen van herstel zijn een feit. We klimmen langzaam uit het dal. Niet alleen op wereldvlak, maar ook in België en hier in Limburg. De macro-economische parameters geven blijk van (weliswaar zeer pril) beterschap. Het vertrouwen in de economie herstelt zich langzaam. In het tweede kwartaal van 2009 waren de groeicijfers opnieuw positief in enkele van de grote economieën. Ook zien we een licht herstel op de financiële markten en de beurzen.

 

 

Toch liggen de problemen nog niet achter ons. De economische parameters blijven fragiel en onstuimig. Vele landen kenden ook in het tweede kwartaal nog steeds groeivertragingen

Bovendien werd de vraaguitval grotendeels gecompenseerd via overheidsmiddelen (relanceplannen). Overheden zijn ruime tekorten aangegaan om deze “fall-out” op te vangen. Ooit gaat de publieke actor deze middelen moeten terugtrekken. Dit wordt een belangrijke evenwichtsoefening. Een te snelle terugtrekking kan een nieuwe recessie inleiden. Anderzijds, indien de overheid té lang compenseert, kan dit leiden tot oververhitting en dus inflatie.

 

Stel dat deze evenwichtsoefening succesvol afgerond wordt, is het dan opnieuw “business as usual”? We mogen hopen van niet. De financieel-economische crisis heeft de pijnlijke gevolgen aangetoond van een overdreven en onethische vorm van financiële innovatie. Doorheen de jaren ontpopte er zich een inflatie aan afgeleide (toxische) producten zonder afdoende link met de reële economie. De regulators stonden erbij, keken ernaar en streden met ongelijke wapens. Honderden miljarden euro’s gingen in rook op, euro’s die als noodzakelijke levenslijn dienden voor onze economie en voor onze jobs. Er zijn vele vele jobs onnodig verloren gegaan, vele gezinnen onnodig geteisterd. Zware inspanningen van werknemers en bedrijven werden abrupt van tafel geveegd. In ons land werd de welvaart als gevolg van de crisis terug gebracht tot op het niveau van einde 2006. Via gerichte steun aan de banken, heeft de overheid de voorbije maanden een systeemcrisis vermeden. Deze ingrepen waren cruciaal. Nu is het echter de maatschappelijke plicht van diezelfde banken om bedrijfsinvesteringen te blijven financieren voor de jobcreatie van morgen.

Op het einde van deze maand ontmoeten de leden van de G20 mekaar in Pittsburgh. De wereldpolitiek gaat daar op zoek naar duidelijke en efficiënte middelen om een dergelijke crisis in de wereldeconomie te kunnen bestrijden en voorkomen. Onze economie heeft nood aan meer en gedurfde ethiek.

 

We moeten het prille herstel omarmen, de kiemen met zorg behandelen en ondersteunen. We moeten er staan wanneer de economie weer volop aantrekt. Het mantra moet zijn: “blijven investeren”. De felle terugval van onze binnenlandse vraag werd grotendeels veroorzaakt door een terugval van investeringen (-3,5%).

Ook Limburg heeft nood aan investeringen. Volgens de Limburgse ondernemers lijkt het dieptepunt van de crisis immers bereikt. Dit valt ook af te leiden uit een enquête van enkele werkgeversorganisaties[3]. Voor het derde kwartaal van dit jaar verwacht de Limburgse ondernemer een verbetering op vlak van investeringen en tewerkstelling. Dit is een opsteker aangezien Limburg – in termen van tewerkstelling – het zwaarst getroffen werd van alle Vlaamse provincies. Meer investeringen betekent ook een grotere financieringsvraag. Bankfinanciering blijkt vandaag de dag evenwel geen sinecure. Uit diezelfde enquête blijkt immers dat 36% van onze Limburgse ondernemingen moeilijkheden ondervindt om bankfinancieringen rond te krijgen. Één op de zes kredietaanvragen wordt ronduit geweigerd. En voor 41% van de Limburgse bedrijven vormen de gebrekkige financieringsmogelijkheden een belangrijkere rem op investeringen dan de recessie zelf.

Om deze “credit crunch” tegen te gaan moeten de banken opnieuw hun verantwoordelijkheid nemen. Maar ook de federale overheid heeft in haar relanceplan reeds enkele bijkomende maatregelen genomen. Zo wordt er in 2009 een kosteloos uitstel toegekend van de betaling van de bedrijfsvoorheffing gedurende twee kwartalen (of 6 maanden) en dit telkens voor 3 maanden. Uitstel van RSZ-betalingen wordt eveneens flexibeler toegekend. Ook werden er extra middelen toegekend aan het participatiefonds. Verder is er de verlaagde BTW voor nieuwbouw. Tenslotte voerden we de economische werkloosheid voor bedienden in, waardoor onze concurrentiepositie op de “global competitiveness index” (WEF) verbeterd werd (van 19de naar 18de plaats).

 

Dames en heren,

het klinkt paradoxaal, maar de huidige crisis biedt een duidelijke opportuniteit om onze economie grondig te vernieuwen en aan te passen aan de toekomst. Juist op een ogenblik dat er zich wereldwijd problemen voordoen, moeten we de kans grijpen om nieuwe wegen in te slaan die uitzicht bieden op een betere toekomst. De provincie Limburg heeft in dat opzicht ervaring.

Het is namelijk onze provincie, die vroeger zo kwetsbaar bleek omwille van haar afhankelijkheid van de kolenindustrie, die de voorbije jaren blijk gaf van diversificatie, innovatie en de durf om risico’s te nemen. Limburg telt nu 36.000 trotse ondernemers, het hoogste aantal ooit, en dat moeten we verzilveren. Dat zal ook nodig zijn want nog al te veel zijn we gefocust op één specifieke sector, met name de auto-industrie.  Anders gezegd, in ‘onze Ford’ van vandaag schuilt er eenzelfde soort gevaar als in ‘onze steenkool’ van de jaren 60’ en ‘70.

We moeten dan ook leren uit de fouten van het verleden en bijgevolg volop investeren in nieuwe economieën, zoals de groene economie, life-sciences, medische technologie, zorgeconomie en de hoogstaande diensteneconomie. Dat is de kern van mijn boodschap vandaag: laat ons vernieuwen, de kwetsbare elementen van de Limburgse economie aanpakken en gezamenlijk blijven investeren in deze provincie.  Ik geef Limburg drie belangrijke uitdagingen mee.

Vooreerst is Limburg een zeer open economie. De globalisering is voor de open Limburger – wereldburger een onuitputtelijke troef die we moeten omarmen. In tijden van crisis durven onze afzetmarken niet alleen krimpen, maar ook meer protectionistische reflexen aan de dag leggen. Export is voor de Limburgse economie van levensbelang. Het blijft dus voornaam om de huidige afzetmarkten verder te consolideren. Onze provincie ligt aan de rand van het bed der Vlamingen en Belgen. Door het opheffen van de binnen- en buitengrenzen van de provincie komen de Limburgers midden het bed te liggen van één van de meest welvarende regio’s ter wereld: Leuven, Brussel, Antwerpen, Maastricht, Eindhoven, Keulen, Aken en Luik liggen allen op een boogscheut van Limburg. Wanneer Limburg de hand uitsteekt en zijn potentieel inzake kennis, logistiek, automotive, clean-tech,…, koppelt aan het potentieel van deze omliggende steden/regio’s ontstaat er een “win-win situatie” voor gans de regio. Het komt erop neer om onze “achterstand” om te buigen in een voordeel. Want onze “achterstand” gaat immers gepaard met overschotten aan “human capital”, ruimte en kapitaal (LRM). Drie factoren die eveneens van belang zijn voor de ons omringende aantrekkingspolen. Tegelijkertijd moeten we nieuwe oorden durven opzoeken, o.m. in de groeilanden zoals China, India, Rusland en Brazilië. Daarvoor moeten we blijven investeren, ook in een acquisitiebeleid voor Limburg.

Ten tweede is Limburg nog onvoldoende ontsloten. Een ontsloten economie straalt dynamisme uit en kent een hoge investeringsaantrekkelijkheid. De aantrekkingskracht van Limburg staat of valt met zijn mobiliteit. En niet alleen op vlak van toerisme, maar zeker ook op vlak van ondernemen, werken, wonen, studeren en consumeren. Het is van belang dat ook Limburg een multimodaal knooppunt wordt van mobiliteit, waar mens en bedrijf zich snel kunnen bewegen van de ene kant van de regio naar de andere en over de provinciegrenzen heen. De “metropool in ’t groen” zal de arbeidsmobiliteit en tewerkstelling vergroten, zal meer studenten, consumenten, toeristen en bedrijven aantrekkenen en zal de kwaliteit van leven doen toenemen.

Tenslotte – en ik gaf het reeds aan – is de Limburgse economie nog onvoldoende gedifferentieerd. De nieuwe clusters zijn nog maar recentelijk gestart en soms weinig solide. De agglomeratiekrachten (bedrijven die bedrijven aantrekken, nieuwe markten die ontstaan, werknemers die aangetrokken worden, consumptie die toeneemt,…) zijn nog in volle opbouw en dus kwetsbaar. De automotivecluster bijvoorbeeld is zeer afhankelijk van het kloppend hart, Ford Genk. Als dit kloppend hart uitvalt, is meteen ook de zuurstof verdwenen voor de omliggende – vaak innovatievere – afgeleide of toeleveringsbedrijven. Hetzelfde geldt voor de kenniscluster rond de UHasselt, die nog veel minder solide is dan bijvoorbeeld de cluster rond de KULeuven en de relatief jonge Limburgse logistieke cluster die zich ontpopt in het hinterland van de haven van Antwerpen. Het is dus van groot belang om bovenstaande clusters verder te ontwikkelen en te consolideren. Daarvoor zijn innovatie, differentiatie en infrastructuur belangrijke sleutelbegrippen. Opnieuw zijn investeringen hier van cruciaal belang.

Kortom…”Invest in Limburg”.

 

Dames en heren,

 

Het wordt een druk en boeiend politiek jaar. De uitdagingen waarvoor we staan zijn gigantisch groot. Ik heb het dan over onze overheidsfinanciën, onze economie, ons milieu, ons justitieel apparaat. En er zijn er nog andere, het communautaire bijvoorbeeld, de noodzakelijke hervorming van onze instellingen. Op al die vlakken is het een goede zaak dat liberalen mee aan tafel zitten. Omdat we tegelijk redelijk én rechtlijnig zijn. Omdat we beseffen dat niets doen of voortdurend ruzie maken tot niets leiden. Omdat we meer dan wie ook geloven in de kracht van mensen om problemen te overwinnen.

 

Ik dank u.

 

Powered by Seltec CMS & Webdesign