Zondag werd in Tongeren een feestelijke zitting gehouden naar aanleiding van het 130-jarige bestaan van het Willemsfonds. Patrick Dewael gaf er een toespraak over het ontstaan en het belang van het Willemsfonds. Lees meer...
Dames en heren,
Het is voor mij een groot genoegen om hier vandaag te mogen spreken op de feestelijke zitting naar aanleiding van het 130-jarige bestaan van het Willemsfonds in Tongeren. Het Willemsfonds werd opgericht in 1851 en is daarmee de oudste culturele vereniging in Vlaanderen. Het werd opgericht ter verdediging van de Nederlandse taal en bereikte dat doel door het organiseren van taalkundige wedstrijden, de oprichting van bibliotheken en de uitgave van betaalbare Nederlandstalige boeken. In de loop van de tijd ontstonden in gans Vlaanderen afdelingen die een divers aanbod aan culturele activiteiten aanboden voor hun leden. Op die manier heeft het Willemsfonds een belangrijke rol gespeeld in de ontvoogding van ons volk, een rol die ze tot vandaag blijft spelen.
De onvergetelijke Frans Grootjans reageerde in deze zaal als volgt: “Méér nog dan de economie zullen onderwijs en cultuur bepalend zijn voor de maatschappij waarin we morgen zullen leven. Die maatschappij heeft bruggen nodig en havens, en auto’s en treinen. Maar daarnaast zal ze niet kunnen zonder de produkten van de geest “le superflu, chose si nécessaire”, zoals Voltaire ze noemde.
Het Willemsfonds stond ook model voor het cultuurbeleid dat ik als jonge Minister van Cultuur in de jaren tachtig heb gevoerd. Het was in deze stad, in deze zaal, dat ik op 1 februari 1986 een lans brak voor een cultuurbeleid dat mensen de mogelijkheid biedt tot individuele zelfontplooiing. Cultuur is een middel om mensen kennis te laten nemen met wat er leeft in de samenleving, met nieuwe ideeën en inzichten. Het maakt burgers mondiger en stelt ze in staat om zelf hun lot in eigen handen te nemen. Het Willemsfonds is altijd een buitenbeentje gebleven. Waar andere culturele organisaties zich toeleggen op de verdediging van groepsrechten waarin de collectiviteit, het geloof of het volk centraal staan, kiest het Willemsfonds resoluut voor de emancipatie en de bescherming van de rechten van het individu. Op die manier heeft het, méér dan welke andere vereniging, bijgedragen tot de ontzuiling en de secularisering van onze samenleving. Wat het Willemsfonds in de praktijk bracht was de toepassing van de Verlichtingsidealen zoals verwoord door Immanuel Kant met zijn ‘Sapere aude’ of ‘Durf je van je eigen verstand te bedienen’.
Het Willemsfonds onderscheidt zich ook van andere organisaties door haar Vlaams, liberaal en vrijzinnig karakter. Ook op die vlakken was en is het bijzonder succesvol. De Vlaamse strijdpunten zijn in grote mate verwezenlijkt. Vlaanderen is bevoegd voor tal van materies, niet in het minst voor cultuur en onderwijs, zoals het Willemsfonds jarenlang beijverde. Natuurlijk zijn er nog stappen te zetten naar een verdere regionalisering. Maar in tegenstelling tot Vlaams nationalisten, die onze regio liefst zouden afsluiten van de rest van de wereld, bleef het Willemsfonds steeds kiezen voor openheid, verdraagzaamheid en een doelbewuste nieuwsgierigheid naar de Ander. Daarnaast beseft het Willemsfonds zeer goed dat het werk niet af is met betrekking tot de taalkennis en een verzorgd taalgebruik. Vandaar de noodzaak om te blijven ijveren voor kwalitatief hoogstaande cultuur en een blijvende strijd tegen taalverloedering en misplaatst provincialisme.
Ook op de twee andere terreinen, het liberale en het vrijzinnige, heeft het Willemsfonds een belangrijke rol gespeeld. In de jaren vijftig, zestig en zeventig van de vorige eeuw was de christen-democratie in tal van gemeenten en steden, zeker in Limburg, volstrekt dominant. Wie een afwijkende mening had, werd beschouwd als een zonderling. Het is mijn overtuiging dat vooral dank zij het culturele werk van zoveel vrijwilligers binnen het Willemsfonds het zaad werd uitgestrooid waarop later de liberale partij zoveel succes kon boeken. Anders gezegd: het Willemsfonds heeft muren gesloopt en de acceptatie van het liberale gedachtegoed via de PVV en later de VLD en Open Vld mee mogelijk gemaakt.
In dat verband wil ik even wijzen op de soms gespannen verhouding tussen de partij en de liberale nevenorganisaties zoals het Willemsfonds. De Vld werd opgericht om de burger meer inspraak te geven in de politiek op een ogenblik dat in andere partijen de vakbonden, de mutualiteiten of de Boerenbond het voor het zeggen hadden en, in een aantal gevallen, het nog steeds voor het zeggen hebben. Het blijft een uitgangspunt van de Open Vld dat de politiek en niet een belangengroep in laatste instantie moet beslissen. Daardoor is echter het verkeerde beeld ontstaan dat de liberale partij zich tegen het middenveld keerde. Die perceptie is nooit helemaal verdwenen, ook omdat liberale politici dit beeld zelf niet corrigeerden. Vandaag wil ik nog eens beklemtonen hoe belangrijk het middenveld is, ook voor de Open Vld.
We moeten onze vrienden in het middenveld meer dan ooit betrekken bij onze werking, luisteren naar hun ervaringen en voorstellen, en op die manier samen de liberale ideeën die we genegen zijn, op de diverse terreinen uitdragen.
Dat zal nodig zijn. Het liberalisme staat na een lange periode van vooruitgang en optimisme weer onder druk. De jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw, zeker na de val van de Berlijnse Muur op 9 november 1989, leek het alsof het liberalisme finaal gewonnen had. De Amerikaanse filosoof Fukuyama schreef toen zijn ophefmakende boek ‘Het einde van de geschiedenis en van de laatste mens’. Hij verkondigde dat de liberale democratie, de strijd tussen de ideologieën had gewonnen. Het leidde bij sommige zogenaamde neoliberalen en libertariërs tot zelfgenoegzaamheid. In hun ogen moest de overheid zich op alle gebieden terugtrekken en plaatsmaken voor de zaligheden van de vrije markt. De bankencrisis heeft aangetoond dat dit verkeerd is en tal van mensen die vroeger neoliberaal dachten zien dit nu ook in. Denk aan professor Paul De Grauwe die in een interview toegaf dat hij vroeger teveel vertrouwen had in het zelfoplossend vermogen van de vrije markt, maar nu inziet dat minimale regels nodig zijn. De bankencrisis was maar mogelijk omdat de overheid zich te ver had teruggetrokken waardoor bankdirecteurs, op korte termijn waanzinnige risico’s konden nemen met het geld van de kleine spaarders en gepensioneerden. Juist het gebrek aan duidelijke regels maakte mogelijk dat banken op een onverantwoorde en onethische manier tewerk gingen.
Het liberalisme staat echter ook op andere vlakken weer onder druk. Terreuraanslagen, de globalisering, de migratiegolven, de multiculturele samenleving, de ecologische rampspoed, de financiële en economische crisis. Al die zaken hebben een golf van angst en onzekerheid doorheen de samenleving gestuurd. Het zorgde voor de opkomst van rechtse en populistische partijen die de mensen voorhouden dat we ons moeten afsluiten van de boze buitenwereld. Het zorgde ook voor populisme bij socialistische en christen-democratische politici van vakbondssignatuur die zich keren tegen migratie, Europa en de globalisering. Allemaal bepleiten ze een vorm van status-quo, in de valse veronderstelling dat als we niets doen, we onze welvaart gaan kunnen behouden. Dat is natuurlijk niet waar, en dat is dan ook de uitdaging voor het liberalisme in de komende maanden en jaren. Namelijk aantonen dat we onze toekomstige welvaart alleen maar kunnen veilig stellen als we vandaag de nodige veranderingen doorvoeren.
Zo moeten we besparen om te vermijden dat onze kinderen opgezadeld worden met een verstikkende schuldenberg. We moeten ons arbeidsbeleid hervormen teneinde meer mensen aan de slag te houden, anders wordt ons sociaal zekerheidssysteem onbetaalbaar. We moeten de lasten op arbeid terugdringen willen we nieuwe investeringen aantrekken die morgen zullen zorgen voor nieuwe werkgelegenheid. En, last but not least, we zullen opnieuw voluit moeten investeren in onderwijs en cultuur willen we in de toekomst de enige grondstof waarover we beschikken laten renderen, namelijk onze hersenen. We hebben dus niet nood aan minder, maar aan meer liberalisme.
Een open en vrije geest moet er altijd van uitgaan dat de verandering, de vernieuwing, ‘le changement’ één van de hoofdkenmerken is van de menselijke samenleving. Daarom zijn zij die zich zo hardnekkig vastklampen aan de ‘verworven rechten’ de gevaarlijkste conservatieven. Want vooral zij beletten de vooruitgang.
Tenslotte wil ik nog even stilstaan bij de derde peiler van het Willemsfonds, namelijk de vrijzinnigheid. Ook dit blijft een belangrijk thema voor de toekomst. We zien hoe religie wereldwijd aan een comeback bezig is. We zien, zowel in de orthodoxe islam als in het christelijk nationalisme in de VS, hoezeer gelovigen opnieuw hun dogma’s willen opleggen aan anderen. Het kritisch rationalisme staat onder druk van een oprukkend mysticisme. In onze eigen contreien zorgt dat voor spanningen met de orthodoxe moslimwereld. Ik denk aan de verwerping van de evolutietheorie. Ik denk aan het verzet tegen abortus, euthanasie en het homohuwelijk. Ik denk aan verplichte sluiering, gedwongen huwelijken, verstotingen en andere onaanvaardbare praktijken waarvan vooral vrouwen en meisjes het slachtoffer zijn. Ook daar moeten liberalen, zowel in politieke als culturele organisaties, weerstand tegen bieden. We mogen onze rechten en vrijheden die onze voorouders zo fel bevochten hebben niet te grabbel gooien omwille van een geloof, omwille van dogmatisch denken. De Verlichting mag dan al meer dan 200 jaar bezig zijn, ze moet nog elke dag in de praktijk bevochten worden.
Dus, goede vrienden, soms blijkt de vrijheidsgedachte door niets of door niemand te stuiten. Normaal zou een liberale partij hiervan de vruchten moeten plukken. Maar het politieke liberalisme heeft zich niet altijd kunnen doorzetten. Ook niet bij ons. Terwijl het liberaal ideeëngoed in zowat alle partijen aan bod is gekomen. Deze intellectuele diefstal kan men betreuren. Maar dat is niet langer relevant. Wat relevant is dat er morgen een grote liberale partij klaar staat om al deze fantastische omwentelingen succesvol te begeleiden. En daarvoor mag u blijvend op mij rekenen.
Wij beleven moeilijke maar fantastisch moeilijke tijden. Onze beschavingsgeschiedenis wordt vandaag voortgestuwd door de telecommunicatie, het internet, de micro-electronica, de biologische revolutie, de nieuwe energieën. Onvermijdelijk.ontstaat er dus ook een nieuwe mens. Deze nieuwe mens gaat op zoek naar een neiuwemaatschappelijke omgeving. Naar een nieuw politiek klimaat. Ik geloof dat die nieuwe mens zal gekenmerkt worden door een levendig individualisme. De val van de Berlijnse Muur maakte nog maar eens duidelijk waartoe totalitaire waanzin kon leiden (Das leben der anderen).
Dames en heren,
Ik wil het bestuur en de leden van het Willemsfonds Tongeren veel geluk wensen voor de voorbije 130 jaar, en veel inspiratie en doorzettingsvermogen voor de toekomst. De strijd is nog niet voorbij, meer nog, de strijd zal nooit definitief gestreden zijn. Laat ons daarbij de handen in elkaar slaan.
Ik dank u,