Werkbezoek Patrick Dewael & Roland Duchâtelet
Er is een wereldwijde crisis in de automobielsector en de gevolgen laten zich ook in Vlaanderen en Limburg voelen. De lokale overheden proberen de lokale gevolgen van deze crisis te beperken door allerhande maatregelen. De vraag is of deze maatregelen wel getuigen van de juiste strategische aanpak en effect ressorteren op lange termijn. Patrick Dewael en Roland Duchâtelet brachten een werkbezoek aan 'Fremach', een innovatief toeleverancier van de automobielsector. Ze pleitten er voor dat innovatie en diversificatie maximaal ondersteund en gestimuleerd moet worden.
- Bij gebrek aan een Europees “masterplan” om de crisis te bestrijden, plooien de individuele lidstaten zich terug op nationale reflexen. Er is een onderling opbod van nationale lidstaten bezig en de gedachte van een Europese interne markt lijkt veraf. Maatregelen die door een individuele lidstaat genomen worden, genereren bovendien niet steeds het gewenste effect; denken we maar aan de invoering van de Duitse schrootpremie die (misschien onverhoopt voor Duitsland?) een rechtstreekse invloed had op de stijging van de productie in de Audi-vestiging te Brussel.
- Zo hoopt de Vlaamse regering, onder leiding van Kris Peeters die de delegatie aanvoert, de Volvo-vestiging te verankeren in Gent dmv het verlenen van een staatswaarborg. Met het oog op het behoud van de tewerkstelling van bijna 4000 mensen, lijkt het verlenen van een staatswaarborg op korte termijn zeker geen onlogische keuze, maar men kan zich afvragen of dergelijke strategie zich niet te veel op de korte termijn richt en als het ware slechts een doekje voor het bloeden is. Immers;
- Kris Peeters eist een aantal “strenge” garanties, maar de belangrijkste garantie schijnt hij te vergeten… Indien een duurzame verankering van Volvo in Gent beoogd wordt, dient men eigenlijk van de idee van de klassieke productievestiging af te stappen. Volvo engageert zich weliswaar om de auto van de toekomst te bouwen in Gent (voor hoe lang trouwens?) maar Kris Peeters zou beter eisen dat Volvo de auto van de toekomst in Gent zou bouwen én ontwikkelen.
- Dergelijke strategie bevestigt nog maar eens dat Vlaanderen afhankelijk blijft van buitenlandse beslissingscentra. Deze afhankelijkheid maakt de Vlaamse automobielsector erg kwetsbaar en beperkt de Vlaamse productievestigingen tot pure assemblagebedrijven. Vlaanderen, en Limburg in het bijzonder, genieten weliswaar van een zeer strategische ligging (waardoor de belangrijkste afzetgebieden binnen handbereik liggen en de transportkosten enigszins beperkt kunnen blijven) maar het is maar de vraag hoe lang dergelijke assemblageactiviteit vol te houden is, oa rekening houdende met de loonhandicap. De Vlaamse automobielindustrie wordt “geroemd” om haar kwaliteitsvolle productiviteit maar we dienen er ons van bewust te zijn dat andere landen (voornamelijk de voormalige Oostbloklanden) aan een inhaalbeweging bezig zijn.
- Indien er meer R&D in de Vlaamse automotive sector zou gebeuren, stijgen de kansen op een duurzame verankering aanzienlijk. Vermits Vlaanderen te weinig grip heeft op de constructeurs (beslissingscentra en R&D-afdelingen bevinden zich in het buitenland), dient volop ingezet te worden op een volwaardig flankerend beleid. Dergelijk beleid mag zich niet beperken tot het verlenen van overheidswaarborgen maar moet vooral gericht zijn op succes op lange termijn.
- Een volwaardig flankerend beleid zou er daarom oa in moeten kunnen slagen om lokaal over de beste en slimste toeleveranciers te beschikken. Innovatie en diversificatie zijn daarbij sleutelbegrippen.
- Indien dergelijke toeleveranciers (zoals Fremach) lokaal in brede mate voorhanden zijn, vergroot de kans dat constructeurs hun productievestigingen in Vlaanderen behouden (en in het beste geval ook in Vlaanderen R&D-afdelingen oprichten: kennis trekt kennis aan).
- Peter Heller pleitte bij de opmaak van een strategisch reconversieplan voor Limburg in 2004 al voor de ontwikkeling van een Vlaams Instituut voor de Automobielindustrie of kortweg VIAN. VIAN stelde zich tot doel een bijdrage te leveren om de competitieve positie van de Vlaamse automobielnijverheid (assemblage én toelevering) veilig te stellen en te verbeteren door een koppeling van academische kennis aan praktische ervaring. Het was hierbij de bedoeling om VIAN te ontwikkelen tot een leidinggevend academisch kenniscentrum met als voornaamste taak de studie van productieprocessen en de economische, markt- en bedrijfsstrategische omgeving.
Deze taakomschrijving houdt volgens Heller oa in:
- Marktontwikkeling, competitor intelligence;
- Onderhouden van een langdurige strategische relaties met automotive bedrijven;
- Definiëren van noden op gebied van onderwijs en scholing;
- Definiëren van noden op gebied van toelevering en identificatie van opportuniteiten;
- De ontwikkeling van een strategische visie voor de uitbouw van de toeleveringsindustrie;
- Kennis en informatie ter beschikking stellen van de overheid als leidraad voor het uitwerken van een pro-actief en anticiperend beleid voor de Vlaamse automobielnijverheid;
- Op termijn de mogelijkheid overwegen van de installatie van een leerstoel “automobielnijverheid” naar buitenlands model.
- Patrick Dewael en Roland Duchâtelet pleiten daarom voor een meer gerichte aanpak en voor verankering van automotive in Vlaanderen (en Limburg in het bijzonder) door de creatie van een maximaal flankerend beleid. Dergelijk flankerend beleid moet zich eerst en vooral op de slimste toeleveranciers toespitsen. De slimste toeleveranciers onderscheiden zich door innovatie en diversificatie. Dit is de beste garantie op een blijvende verankering van onze automobielindustrie. De ontwikkeling en valorisatie van kennis en kunde kan het verschil maken om competitief te blijven.
- De volgende Vlaamse regering zal hoe dan ook nog meer moeten inzetten op innovatie, wil men de 3%-norm (3% van het bbp) halen. Deze Vlaamse regering bleef jammer genoeg nog steken op 2,1%.
- Er zijn vandaag te weinig toeleveranciers die producten in huis hebben die voor de grote constructeurs het verschil kunnen maken. Vlaanderen kan nochtans een rijke traditie in de automobielnijverheid voorleggen maar moet resoluut voor vernieuwing kiezen.
- Innovatie en diversificatie (zowel binnen de eigen sector als door het ontwikkelen van een aanbod dat aan verschillende sectoren kan toegeleverd worden) moet daarom maximaal ondersteund en gestimuleerd worden. Dit kan onder meer gebeuren door:
Ø Betere samenwerking tussen kennisinstellingen en de sector;
Ø Betere afstemming van de arbeidsmarkt op de noden van bedrijven (door scholing en onderwijs);
Ø Innovatie en diversificatie “belonen”: subsidiëringsbeleid voor onderzoek en ontwikkeling (fiscale aftrek is een beter alternatief maar zonder staatshervorming voorlopig nog onmogelijk).